Geen twijfel dat de euro zal mislukken - Apache.be

Article at Apache.be

Er is leven na de euro. Daar is de Nederlandse econoom Arjo Klamer vast van overtuigd. In het koor van eurosceptici die altijd kritisch stonden tegenover de gemeenschappelijke munt voor Europa zong hij weliswaar vaak de eerste stem, maar daarom hoeft de euro niet ons einde te betekenen. Er moet wel dringend over toekomstscenario’s worden nagedacht. ‘Als de euro straks in de problemen raakt en er is geen enkel plan voor handen, hervallen we toch weer in de oude, slechte gewoonten.’

Vanavond spreekt de Nederlandse econoom Arjo Klamer in Brussel bij de Buren over het nakend einde van de euro. Daarover publiceerde hij onlangs ook een boek (‘De euro valt! En wat dan?’), maar hij is er al veel langer van overtuigd dat de euro geen lang leven beschoren is. Klamer was één van de eerste economen die in Europa protesteerde tegen het plan om met een gezamenlijke munteenheid te beginnen. In 1991 publiceerde hij in De Volkskrant ‘De Europese Spooktrein’ over wat ons te wachten stond. In 1997 zette hij samen met zeventig andere Nederlandse economen zijn handtekening onder het pamflet ‘Met deze EMU kiest Europa de verkeerde weg’, maar het mocht niet baten. Aan het begin van 2002 werden de munten en biljetten onherroepelijk in omloop gebracht. Er zat voor Klamer niets anders op dan een treurige column in De Groene Amsterdammer te schrijven, en in het radioprogramma ‘Met het oog op morgen’ werd hem de droeve eer gegund om net voor middernacht de laatste gulden uit te geven.

Sinds de eurocrisis vond Klamer wel meer medestanders die het tragische einde van de muntunie voorspellen. Of er zelfs op hopen: Geert Mak waarschuwt sinds enkele maanden dat de euro een ‘gifpil’ (in De Morgen) of zelfs een ‘handgranaat’ (in Terzake) is gebleken die het Europese project ondermijnt. In de aanloop naar de Europese verkiezingen worden er ook meer boeken gepubliceerd die de euro weinig kans op overleven geven. Onlangs verscheen ‘Europa’s impasse’ van David Marsh (‘Hoe de eurocrisis kan worden opgelost en waarom dat niet gebeurt’), die een erg fatalistisch beeld schetst van de eurozone. En ook in ‘Het crisisdiner’, een bundel essays van Nederlandse economen over de eurocrisis, zijn maar weinig positieve bedenkingen over de gemeenschappelijke munt te horen. Daartegenover plaatst Klamer een ander geluid. “Dit is een positief en optimistisch boek”, begint hij zijn essay waarin hij wel degelijk de tijd neemt om een muntstelsel uit te denken voor na het einde van de euro. Maar daarvoor moet de euro eerst vallen natuurlijk.

Wanneer valt de euro, professor Klamer?

Arjo Klamer: “Als ik dat wist, was ik schatrijk (lacht). We kunnen haast met zekerheid voorspellen dat hij een keer zal vallen, maar het precieze moment is volstrekt onberekenbaar. De belangrijkste redenen zullen politiek zijn. En dat is een grillige aangelegenheid, die ook weer samenhangt met de economische evoluties. Het is afwachten, maar ik kan u zonder enige twijfel vertellen dat de euro zal vallen.”

U ziet geen nieuwe schok aankomen die de munt zal doen wankelen?

“We hebben de voorbije jaren enkele gebeurtenissen meegemaakt die de euro in gevaar hebben gebracht. Er zijn spoedvergaderingen geweest waar dat in alle ernst werd besproken. “Zonder de noodzakelijke cohesie zal de euro vroeg of laat exploderen”, heeft Angela Merkel een keer gezegd tijdens een vergadering met de andere regeringsleiders. Zij wil dat iedereen zich strikt aan de begrotingsdiscipline houdt. Dat zal nooit gebeuren. Ook andere ingewijden voorspellen het einde van de euro. Waar ik bang voor ben, is dat men er alles aan zal doen om de euro overeind te houden. Dat gaat ons enorm veel geld kosten en voor nog veel meer ellende zorgen.”

Al in de vroege jaren negentig protesteerde u tegen het idee van een gemeenschappelijke munt in euro. Had dat ermee te maken dat u niet aan een Europese maar aan een Amerikaanse universiteit werkte?

“Ik denk van wel. Buiten de eurozone – ook in Engeland en Zweden – kijkt men veel nuchterder naar de euro. In de Verenigde Staten hebben economen het concept van de gemeenschappelijke euromunt bekeken, en zij concludeerden: dat kan niet werken. Punt aan de lijn. Maar hier is het een geloof geworden. Eigenlijk zelfs een ideologie. Je hoort altijd hetzelfde: de euro houdt ons bij elkaar en brengt vrede. Het tegenovergestelde is waar. De euro is mensen en landen uit elkaar aan het spelen.”

Waarom was het voor u in de jaren negentig overduidelijk dat de euro niet kon werken?

“Er bestaat zoiets als een ‘Optimum Currency Area’ of een optimaal valutagebied. Dat is een economisch concept dat voorschrijft wat er nodig is om een gemeenschappelijke munt behoorlijk te doen functioneren. Daar is een politieke unie voor nodig. Die was er niet. De munt moet gelden in vrij gelijksoortige economieën. Daar was geen sprake van. En het belangrijkste is dat er mechanismen zijn om onevenwichten aan te passen. In de Verenigde Staten worden er federaal belastingen geheven en beleidsprogramma’s uitgewerkt om geld van gebieden die het ‘te goed’ doen te transfereren naar gebieden die het ‘te slecht’ doen. Dat bestaat in Europa ook niet of amper, maar het is essentieel voor een muntunie.”

Het waren de private schulden

Nadat de euro werd ingevoerd, zijn de gebreken ook u niet meer opgevallen. Pas sinds de eurocrisis laait de kritiek weer op. Hoe komt dat?

“Daar heb ik mezelf ook over verbaasd. Ik was een criticus, maar ook ik ben blind gebleken voor wat er de eerste jaren in de eurozone gebeurde. Ik zat regelmatig in sessies met Europese ambtenaren, en die vertelden allemaal hoe geweldig het ging in Ierland en Portugal en Spanje en Griekenland. Er werd enorm geïnvesteerd en gebouwd, de groei trok aan en de inflatie bleef laag. Dat moest ik ook erkennen. Alle economieën in de eurozone leken naar elkaar toe te groeien: wat zeurde ik nog?
Maar iedereen zag over het hoofd dat er enorme verschillen zaten in de balans van de economie en de lopende rekening. In de zuiderse landen werden er vooral schulden gemaakt: die bleven enkel verborgen. Er was wel economische groei, maar die bestond vooral uit zeepbellen.”

Waarom zag niemand de private schulden in de Zuiderse landen oplopen?

“Daar hadden we het nooit over. Die ambtenaren zwegen in alle talen over private schulden. Achteraf bekeken is dat heel gek, maar het bevestigt enkel dat de euro een geloof is. We praatten elkaar aan dat het goed ging.”

Waar u in uw boek niet al te zeer op ingaat, is de chaos die zal uitbreken als de euro wordt ontmanteld. Is de kost daarvan niet groot genoeg om ons tevreden te stellen met de euro?

“Het klopt dat ik daar weinig aandacht voor heb, maar dat is ook moeilijk te voorspellen. Voorstanders van de euro doen ons geloven dat de wereld in elkaar zal storten als de euro verdwijnt. Ze hebben daar indrukwekkende rapporten over geschreven: je wil het gewoon niet weten. Het zal ons hoe dan ook geld kosten. We zullen last hebben om ons snel aan te passen, maar we kunnen ons er wel goed op voorbereiden. Dat gebeurt ook. Banken zijn bezig met hun activiteiten te ontvlechten zodat ze niet in de problemen raken als de eurozone wordt opgesplitst.”

Wordt dat geen nieuw drama? Rijke Zuiderlingen brengen hun geld in veiligheid, terwijl gewone mensen achterblijven met gedevalueerd geld dat niets meer waard is.

“Er zullen mensen de pineut zijn, en dat zullen wederom niet de sterkste burgers zijn. Wie veel geld heeft, is constant bezig met dat goed te beveiligen. Maar er zullen sowieso mensen geld verdienen. De schulden van Griekenland, en eigenlijk ook Ierland en Portugal, moeten nog steeds worden afgeschreven. Niemand wil daar werk van maken, want het gaat om geld van onze banken en pensioenfondsen. Toch zal ook dat moeten gebeuren. Hoe langer we daarmee wachten, hoe duurder het wordt.”

Méér munten

In tegenstelling tot de meeste eurosceptici, hebt u een optimistisch beeld van de toekomst. Wat krijgen we na de euro?

“De euro is gebaseerd op een oude en veel te instrumentele manier van denken. Daarvan is de houdbaarheidsdatum al een hele tijd overschreden. De toekomst is aan flexibele en dynamische economieën, en daar hoort ook een flexibel muntsysteem bij. We hebben meer munteenheden nodig voor verschillende niveaus.
Regio’s worden sterker. Zij zouden baat hebben bij een eigen munt. Daarnaast kan er een munt bestaan voor wereldhandel – over zo een ‘uno’ circuleren al jarenlang plannen – en ook handel in Europa. Daarvoor kan de euro blijven dienen. Nu al worden lokaal veel verschillende munten gebruikt. Soms moeten die zorgdiensten of culturele activiteiten stimuleren. Op internet gebruikt men dan weer digitale betaalmiddelen zoals de Bitcoin. Het is zo logisch als wat dat die ontstaan, maar alleen ontrekt dat systeem zich aan de controle van de overheid. Zij zal haar monopolie moeten opgeven. Die diversiteit is veel waardevoller dan het eenheidsdenken waar we nu in vast zitten.”

Moeten alle munteenheden uiteindelijk niet aan elkaar vastgeklonken worden? Anders zijn ze niet inwisselbaar.

“Het maakt het systeem stabieler en voorspelbaar, maar eigenlijk hoeft dat niet. Sommige munteenheden kunnen op zichzelf staan.
Kijk, dit is pionierswerk. Dat moet gezegd. Er zijn ook andere mensen mee bezig, zoals de Belg Bernard Lietaer, maar het is niet tot in de puntjes uitgewerkt. Het belangrijkste is dat we erover nadenken. Als de euro straks in de problemen raakt en er is geen enkel plan voor handen, vallen we weer in de oude gewoonten van nationale munten. Dat is niet per se het beste systeem, dus kan je beter vooruit proberen te kijken.”

De euro staat de laatste tijd weer hoog ten opzichte van de dollar. Hoe komt het dat de waarde van de munt weinig last heeft van de crisis?

“Dat is eenvoudig. Mario Draghi van de ECB beweert dat hij alles zal doen om de euro te redden. Hij staat garant voor overheidsobligaties. Als een land als Griekenland vervolgens aan een rente van vijf procent geld probeert te lenen op de financiële markten, vliegen de miljarden hierheen. Er is een enorme instroom van kapitaal bezig. Dat is goed voor de Grieken, maar die dure munt zorgt er ook voor dat het lastiger wordt om buiten de eurozone te exporteren. Economie gaat altijd om communicerende vaten. Als je hier of daar wat lucht geeft, schiet er elders weer iets omhoog of omlaag. Zeker zolang we niet voor een radicale oplossing durven kiezen, zullen er altijd bijwerkingen blijven bestaan.”

Vanavond spreekt Arjo Klamer bij de Buren in Brussel. Achteraf wordt hij geïnterviewd door Ulko Jonker van Het Financiële Dagblad. Eerder publiceerde Apache.be al een interview van rekto:verso met Bernard Lietaer.