Naar de laatste werkdag van de gulden, Forum voor Democratische Ontwikkeling, September 2002.

by Arjo Klamer en Laurent J.G. van der Maesen
Forum voor Democratische Ontwikkeling, 23 September 2002

Nog een paar nachten slapen en dan zijn we allen in dit land guldenloos. Vrijdag 28 december is haar echte laatste werkdag. Goed, op zaterdag zullen we nog met guldens betalen maar dan is het doek voor de gulden wel zo'n beetje gevallen. Met de komst van de euro is een nieuw tijdperk aangebroken, met een nieuw gevoel, een nieuwe uitdaging en vooral de dwingende noodzaak voor een nieuwe politiek. Verkijk u niet. We wisselen niet zomaar één tekentje voor een andere in. Het gaat niet alleen om een muntje. Nee, met het verdwijnen van de gulden is een hoofdstuk van vierhonderd jaar vaderlandse geschiedenis afgesloten. En met de euro is het hoofdstuk van de Europese geschiedenis pas echt begonnen. Besef daarom dat u deze jaarwisseling een ingrijpende historische gebeurtenis meemaakt die de geschiedenis boekjes zal markeren. 

Toegegeven, de euro is er eigenlijk al sinds twee jaar. Want op 1 januari 1999 koppelden de elf deelnemende landen hun munten zo stevig vast aan de euro dat er geen speld meer tussen was te krijgen (Griekenland kwam daar onlangs bij). Maar na 14 december j.l. kunnen we de euro voelen (dankzij dat kitje van Zalm), en op 1 Januari 2002 kunnen we er ook mee betalen. De euro is nu concreet en tastbaar. En daarmee krijgt een vermetel en riskant plan van Mitterrand, Kohl, Lubbers en de andere Europese leiders van tien jaar geleden definitief gestalte. De Europese Unie is nu een monetaire unie. Alleen Engeland, Zweden en Denemarken blijven langs de zijlijn staan. De grote vraag is wat deze stap ons zal brengen. Wat geven we op met de gulden en wat komt er met de euro?

De gulden was een eigen munt. De gulden markeerde de onafhankelijke Republiek en vervolgens het onafhankelijke Koninkrijk der Nederlanden. Ze was de gemeenschappelijke taal van haar inwoners — met derivaten als juut, stuiver, dubbeltje, geeltje, rooie rug — en was de rekeneenheid op school en in de winkel. Nederlanders weten niet beter dan in guldens te rekenen. "Wat hou je over als je met honderd gulden f56,41 afrekent?" In de gulden leerden Nederlanders geloven — en dat moest wel want zonder geloofwaardigheid kan geen munt functioneren. De gulden representeert waarde, stabiliteit ook en zekerheid. In het buitenland is de gulden een teken van thuis, met de koningin op de munt en typisch Nederlandse beelden op de biljetten. Het dubbeltje is schattig en de Snip en de Vuurtoren zijn iets om trots op te zijn. De gulden staat verder voor een sterke handelseconomie en stabiele politieke samenleving. De Nederlandse Bank, gesteund door de regering en de sociale partners, stond ervoor en waakte erover. Door de ee de gulden een solide munt. Dat alles raken we kwijt. Welke toekomst brengt de euro ons? Worden we er beter van, sterker, meer geloofwaardig? Winnen we een nieuw symbool eerder dan dat we er één verliezen?

Bedenk dat de euro niet zomaar een munt is. Geld heeft alles met politiek te maken. Geld dient politiek waargemaakt te worden. Politieke crisis zoals in Indonesië onlangs en Argentinië nu, tast onverbiddelijk de waarde van de munt aan. Geld is gebaseerd op geloof. De gulden was zo sterk omdat bankiers, financiele handelaars, en u en wij erin wilden geloven. Of de euro net zo geloofwaardig is, hangt af van het politieke systeem dat achter haar staat, oftewel de Europese politieke unie. De euro staat nu zo laag ten opzichte van andere munten als de Amerikaanse dollar, de Engelse pond en de Japanse yen, omdat Europa politiek niet echt wil overtuigen.

De ontwerpers van de euro hadden de politieke dimensie ervan goed in de gaten. Daarom zetten ze ruim tien jaar geleden ook in op een federale organisatie van Europa als de politieke voorwaarde voor de euro. Ze spraken van het belang van een Europese identiteit en ziel. Toen dat deel van het plan sneuvelde in Maastricht, gingen toenmalige politici er van uit, dat de euro die noodzakelijke versterking van de politieke unie af zou dwingen. Een onafhankelijke centrale bank was de eerste stap. De voorwaarde voor de euro wordt kennelijk door de euro zelf geschapen. Dit is onhoudbaar en daar kan het dus niet bij blijven.

Doordat het debat over de politieke voorwaarde voor de euro na Maastricht is gestopt is de euromaar als een volstrekte logische stap van het Europese project gepresenteerd. De euro komt er en is er voor iedereen, aldus de reclamefolders. De reclame moet het ontbreken van een politiek debat over de euro in Nederland maskeren. En het ontbreken van debatten geldt niet allen de euro. Het is symptomatisch voor het proces, leidend tot de Europese Unie.. De 'Reflection Group', één van vele officiële commissies van de Europese Commissie, verklaarde in 1975 dat Europa weer een politiek project moet worden. Daar is het nog steeds niet echt van gekomen. Nu de euro zoveel aandacht opeist, lijkt Europa vooral een financieel-economisch project te zijn waarbij het vooral gaat over geld, begrotingen en markten. Dat bindt niet. Het 'Comité des Sages' verklaarde in 1996 dat daarom burgers in Europa niet aan het proces van toenemende eenwording van de Unie kunnen participeren. Daarmee dreigt de EU een Europa zonder burge rs te worden. Dit ondermijnt, aldus de 'Commissie Von Weizs�cker en Dehaene' in 1999, op ernstige wijze de legitimiteit van de Europese Unie. Het wordt hoog tijd, aldus deze commissie, dat de positie van burgers in dit proces als elementair wordt onderkend. Het Europese Economisch en Sociale Comité wees in 1999 op de afnemende legitimiteit van de EU. Om schipbreuk te voorkomen dienen we, aldus dit comité organisaties van burgers bij de ontwikkeling van Europa te betrekken.

Met de komst van de euro zal het wel moeten. Zolang het economisch voor de wind ging, bleven ernstige politieke conflicten achterwege. Nu het economisch meer tegen zit, zal het erom gaan spannen. De vraag is hoe de Europese politiek om zal gaan met buitensporige begrotingstekorten van een lidstaten, wat ze zal doen als Italië een pensioen crisis krijgt, of wanneer Frankrijk de benoeming van de opvolger van Duisenberg dwarsboomt. Hoe houden de lidstaten gezamenlijk de inflatie in bedwang wanneer managers zich blijven verrijken en vakbonden, dankzij dit voorbeeld, flinke loonstijgingen weten af te dwingen? Wat zijn de gevolgen van een sterke groep 'euro-landen' in de EU voor de binnenkort nieuwe en vooral kwetsbare leden, die dankzij de uitbreiding kunnen toetreden? En hoe weet de Europese Unie een duidelijk front te vormen en te handhaven naar de rest van de wereld? Zo'n stuntelig optreden als onlangs na 11 september kan het machtige euroblok zich niet veel langer veroorloven. De financiële markten w illen een duidelijk gezicht naar buiten toe en een krachtig beleid naar binnen. Lukt dat wanneer één dwarsliggend lidstaat voldoende is om de politieke besluitvorming lam te leggen? Natuurlijk niet. Europa zal politiek volwassen moeten worden.

Het euroblok staat daarom voor een grote politieke uitdaging. De druk om meer gemeenschappelijk op te treden zal immens worden. Daarmee wordt ook de kans groot dat Brussel als politiek centrum van de EU meer verantwoordelijkheden zal moeten opeisen. De Unie kan zich geen landen veroorloven die uit de pas lopen met te grote begrotingstekorten, buitensporige loonsverhogingen, en een ontoereikend sociaal en economisch beleid. Van ons, Nederlandse burgers, zal gevraagd worden meer Europees te gaan denken en handelen, en minder gefixeerd te zijn op wat zich aan de overkant van de Noordzee en vooral ook de Atlantische Oceaan afspeelt. Met de euro is het typisch Nederlandse over. We zullen wel meer Europees moeten gaan denken, of we dat willen of niet.

De komst van de euro verdraagt daarom geen politieke retoriek meer. Zoals de jury van de Karel de Grote-prijs, die 9 mei Duisenberg zullen eren als representant van het euro project, opmerkte, zal de euro een beslissend impuls geven voor wat wij de 'Voice of Civil Europe' noemen, oftewel de stem van de Europese burgers zelf. U en ik, de burgers van Europa dus, zullen mee willen denken en praten over de toekomst van het Europa met de euro. Deze Voice krijgt een kans op de laatste werkdag van de gulden. In de middag van 28 december zal in Felix Meritis te Amsterdam een theatrale manifestatie plaats vinden waarin het verdwijnen van de gulden en de komst van de euro wordt besproken en aanschouwd. Met de eerste prijs van de poezie-wedstrijd van de Volkskrant zal dan de nieuwe plaats van de 'Voice of Civil Europe' worden bezongen.

Arjo Klamer en Laurent J.G. van der Maesen, voorzitter en secretaris van de Vereniging Democratisch Europa (VDE)