Uitbreiding EU economische noodzaak? Onzin

by Arjo Klamer
De Twentsche Courant Tubantia, 25 October 2002

De Europese Unie moet uitbreiden, is de heersende opvatting op dit continent. We zijn het aan onze Oost-Europese buren verschuldigd. Zij mogen met ons meedoen. Het is een kwestie van solidariteit. Ook zou uitbreiding de stabiliteit van Europa dienen. En het zou goed zijn voor de Europese economie.

 Het eerste argument klinkt goed, maar kan de EU haar solidariteit waarmaken? Neem onze houding tegenover immigranten: aanvankelijk overheersten gevoelens van solidariteit, nu realiseren we ons dat een land ook te solidair kan zijn. Het gevaar is dat de Europese Unie zich vertilt en dat dit gebaar van solidariteit te kostbaar wordt.

Ook het tweede argument, de stabiliteit, is twijfelachtig. Met vijftien lidstaten heeft de EU al de grootst mogelijke moeite een hechte unie te zijn. Het democratisch tekort blijft schrijnend, harde afspraken als die over het stabiliteitpact blijken bij de eerste weerstand van een groot land een wassen neus. En van een serieus gemeenschappelijk economisch en sociaal beleid is nog geen sprake. Wordt dat alles beter met nog eens tien landen erbij?

Vooral het economische argument is dubieus. Bij handelsbelemmeringen alom zijn binnenlandse producenten in de eerste plaats aangewezen op de thuismarkt. In zo'n wereld hebben producenten belang bij een zo groot mogelijke interne markt. De geplande uitbreiding van de EU betekent 70 miljoen extra consumenten voor Nederlandse en andere Europese producenten, onderstrepen de voorstanders van een grotere Europese Unie.

Dat is dus prachtig. De redenering is helder als glas, alleen is dit niet de wereld waarin wij leven. Steeds meer handelsbarrières worden geslecht en zo vervalt de afhankelijkheid van de interne markt. De steeds vrijer wordende wereldeconomie maakt de vorming van grote economische machtsblokken overbodig. Dit verklaart ook waarom het aantal landen in de wereld toeneemt. Grote blokken vallen uiteen, regio's verklaren onafhankelijkheid, met als gevolg dat er inmiddels 192 landen zijn op aarde, tegen 76 in 1946.

Wie handelsbarrières binnen Europa wil slechten, klopt aan bij de Wereldhandelsorganisatie. Dat is de procedure van de vrije markt. Dat eurocraten hun heil zoeken bij een grote EU, geeft aan dat ze een andere gedachtengang volgen: zij zijn - meer nog dan om redenen van solidariteit - voorstander van uitbreiding oostwaarts omdat het hun greep vergroot op de nieuwe lidstaten. Willen de Polen hun vlees aan ons verkopen, dan moeten wij er zeker van zijn dat dit vlees aan onze standaard voldoet. Dus moeten de Polen zich onderwerpen aan de Europese regels en instituten. Willen de Tsjechen hier werken, dan willen wij er zeker van zijn dat hun onderwijskwalificaties sporen met de onze.

De eurocraten geven daarmee aan weinig fiducie te hebben in de werking van de vrije markt. Want in een vrije markt besluit de consument zelf welk voedsel hij tot zich wil nemen. Verdacht voedsel laat hij links liggen. Een vrije markt dwingt de Poolse voedselproducenten automatisch te voldoen aan de hoge Europese normen. Daarvoor is geen politieke integratie nodig. Het gaat de eurocraten dus om beheersing en controle. Die aanpak dreigt inefficiënt en contra-productief te worden. De EU wordt met 25 lidstaten te groot voor doelmatig management. De besluitvorming in Brussel wordt nog omslachtiger en moeizamer.

Onderzoek leert dat kleinere politieke eenheden in een vrije marktsituatie effectiever zijn dan grote. Ze kunnen sneller reageren op nieuwe ontwikkelingen, zijn politiek homogener waardoor ze minder last hebben van slepende interne conflicten. Er is naar mijn oordeel dan ook geen economische noodzaak voor uitbreiding van de EU. Integendeel, zou ik zeggen.