Ledereen voelt aan zijn water dat het niet om de winst gaat

door Arjo Klamer
Maz!, a journal of Mazars. Forthcoming. Posted 15 mei 2009.
cat: practice of economics; knowledge

 

Het sturen op winst en bruto nationaal product volstond prima in het industriële tijdperk van een eeuw geleden, maar past niet bij de Westerse economie van de 21e eeuw waarin sociale, culturele en zingevingselementen minstens even belangrijk zijn. Hoogleraar Arjo Klamer maakt zich sterk voor het concept van het Cultureel Kapitaal. En meent dat de crisis een handje helpt bij het denken daarover.

 

Heeft u vandaag uw werk afgekregen?

Tien tegen een dat u wat verwonderd opkijkt van deze vraag. Want als u directeur, ondernemer, consultant, of manager bent - en de doorsnee lezer van dit magazine valt in een van die categorieën - dan is uw werk eigenlijk nooit af. U vult uw dag met praten, plannen maken, e-mails sturen, ideeën bedenken, onderhandelen, relaties onderhouden en koffie drinken. Dat proces is nooit af. Bovendien: u maakt (vrijwel) niets concreets en toch kunt u (veel) geld verdienen. Omdat u betekenis toevoegt. Die ontwikkeling is steeds sterker zichtbaar: gestandaardiseerd productiewerk gaat naar lagelonenlanden, en in de Westerse landen wordt eigenlijk alleen maar betekenis toegevoegd. In dit verband wordt ook wel gesproken van de 'smaakindustrie' - als tegenhanger van de maakindustrie - met de iPod als inspirerend voorbeeld: made in China, Californian design. Ook in de auto-industrie is dat te zien: China kan prima auto's bouwen en zal dat de komende jaren vast steeds beter onder de knie krijgen; maar tegen de betekenis van een merknaam als BMW of Porsche kan men domweg niet op.

De westerse maatschappijen zijn de afgelopen decennia dus nogal fundamenteel veranderd. Toch meten we uw productie - uw waarde - eigenlijk nog op exact dezelfde manier zoals we dat deden met de productie van een arbeider in een staalfabriek aan het begin van de 20e eeuw: met begrippen als winst en productiviteit. "Iedereen voelt aan zijn water dat dat niet klopt", zo stelt Klamer beslist. "Want waarde zit natuurlijk ook in het bereiken van sociale doelen en het creëren van zingeving met wat je doet. Dat meten we nu helemaal niet. Belangrijker dan dat: we sturen er ook niet of nauwelijks op."

Dat is overigens heel begrijpelijk, want de elementen waar Klamer op doelt - plak er bijvoorbeeld het etiket kwaliteit, geluk, inspirerend vermogen of zingeving op - zijn niet zo makkelijk beet te pakken en daarom ook niet eenvoudig te meten. We sturen nu dus erg eenzijdig op het economisch kapitaal. Hoe belangrijk dat ook moge zijn, een vergroting van het economisch kapitaal kan volgens Klamer geen doel op zich zijn. Het is slechts een instrument om andere doelen te bereiken. In sommige gevallen is de praktijk van dit moment eigenlijk krankzinnig. Klamer noemt de subsidieaanvraag voor een toneelgezelschap als voorbeeld: "De waarde van zo'n gezelschap is natuurlijk niet uit te drukken in termen van kosten en opbrengsten, want het gaat om de culturele waarde voor de maatschappij. De cijfers in zo'n subsidie-aanvraag over kosten en opbrengsten zijn dus eigenlijk misleidend, en iedereen voelt ook aan dat het om wat anders gaat."

Meer in het algemeen stelt hij: "Onze methoden van accounting dwingen ons nu eigenlijk tot een methode van sturen op de verkeerde zaken." Heeft Klamer een alternatief? Ja en nee. Ja: Hij is al enkele jaren bezig om het concept van het Cultureel Kapitaal te onderzoeken. Nee: Dat concept is nog niet uitontwikkeld, want er liggen nog de nodige vraagtekens. En bij het oplossen van die vraagtekens zouden accountants overigens best mogen helpen: "Ik roep de beroepsgroep van harte op om hierover mee te denken. Om met andere concepten te komen die beter aansluiten bij de werkelijkheid van vandaag. We moeten andere waardebegrippen introduceren in de maatschappij."

Klamer heeft wel de nodige ideeën over hoe er concreet verbetering kan worden bereikt. Op macro-niveau, maar ook binnen individuele organisaties. Hij meent dat het sturen op het cultureel kapitaal van een organisatie een belangrijke stap is. Cultureel kapitaal is te definiëren als het inspirerend vermogen van een organisatie, en wordt bepaald door hoe goed een organisatie in haar vel zit. Klamer spreekt in dit verband wel van corporate fitness: "Het komt er op neer dat een organisatie een maximum aan cultureel kapitaal bezit als stakeholders (medewerkers en klanten) daadwerkelijk in de praktijk ervaren wat ze zelf belangrijk vinden. Vinden medewerkers het bijvoorbeeld belangrijk dat ze uitgedaagd worden, dan zijn ze geïnspireerd als ze dat ook daadwerkelijk worden. Willen ze voorspelbaar werk, dan zouden ze juist van slag raken van uitdagingen. Dat is ook meetbaar op basis van vragenlijsten en indicatoren. Meestal schort er wel iets, zo blijkt uit onze onderzoeken. Binnen de advocatuur en de accountancy ervaren medewerkers bijvoorbeeld vaak een tekort aan prikkels tot creativiteit. Ze worden teveel in routinematige processen gestopt. En daar kan een organisatie aan werken."

Hoe dan? "Principieel zijn er twee invalshoeken om het cultureel kapitaal te verhogen. Ten eerste kun je het type medewerker dat je zoekt aanpassen aan de werkelijkheid van je organisatie. Nu is vrijwel elke vacature in personeelsadvertenties omschreven als uiterst dynamisch, uitdagend en creatief. We moeten echter af van het idee dat iedereen een uitdagende baan wil. De realiteit in veel organisaties is toch vaak een bepaalde saaiheid, en dat hoeft helemaal niet erg te zijn, als je maar blijft zorgen dat het type medewerker daarop aansluit. De tweede mogelijkheid is dat je de cultuur van de organisatie aanpast zodat deze meer aansluit op de drijfveren van de werknemers. Belangrijk om te beseffen in dat verband: Organisaties waar het vermogen tot verbeelding en denken de ruimte en tijd krijgen om zich te ontwikkelen, hebben een grotere overlevingskans. En creativiteit - een belangrijke competentie daartoe - ontstaat meestal niet uit een individu, maar uit de relatie tussen een individu en zijn omgeving. Die omgeving moet dus goed zijn: medewerkers worden alleen creatief in de juiste cultuur."

Het meten van het cultureel kapitaal - om er vervolgens op te gaan sturen - is dus een belangrijke stap op weg naar het creëren van nieuwe begrippen voor een nieuwe wereld. Maar hoe realistisch is dat in de huidige wereld, waar de terreur van de kwartaalcijfers vooralsnog heerst op de beurs? Klamer erkent direct dat het niet eenvoudig zal zijn, maar wijst erop dat er steeds meer vraag komt naar nieuwe concepten en dat de financiële crisis eigenlijk die vraag alleen maar vergroot: "Het is mensen duidelijk geworden dat de focus op steeds hogere inkomens niet goed is. Dat het financiële aspect niet al het andere mag overheersen. De crisis is dus een prima momentum om op dit punt fundamentele stappen te zetten."

Ten slotte: nieuwe waardebegrippen zullen per definitie minder hard zijn dan de aloude vertrouwde winstcijfers. Kan de maatschappij wel omgaan met veel zachtere waarden? De neiging van onder meer de media om alles in harde cijfers te willen vangen is immers zeer sterk? Klamer: "Winstcijfers zijn ook helemaal niet zo hard als wordt verondersteld. Ook dat is door de crisis wel duidelijk geworden. Het motto zou eigenlijk moeten zijn: Liever ongeveer goed dan exact fout."

Academia Vitae

Zelf speelde Klamer in 2005 in op de geschetste ontwikkeling met het opzetten van de Academia Vitae, een opleidingsinstituut dat vooral aandacht besteedt aan persoonlijke ontwikkeling en ethiek. Een studie aan de Academia Vitae is een investering in je culturele kapitaal, zo blijkt wel uit de brochure: "Onze complexe wereld, waarin de druk groot is om oplossingen te vinden voor ingewikkelde problemen, heeft behoefte aan authentieke geesten. Zij die leiden kunnen voorbij de waan van de dag denken en durven zich af te vragen: wat vind ik en waarom vind ik dat? Academia Vitae is een universiteit voor permanent leren. Haar curriculum reflecteert de "artes liberales", een multidisciplinaire benadering gebaseerd op wetenschappen èn kunsten. Het doel is de vorming en ontwikkeling van haar studenten, jong en ouder, en het leveren van een bijdrage aan wetenschappen, de kunsten en het maatschappelijk debat."