Maak de rector weer hoofd van de universiteit

Harmen Verbruggen, Jos de Beus, en Arjo Klamer
2 september 2009, Opinie Verbruggen in NRC Handelsblad

Universiteiten worden te veel bestuurd als bedrijf. Minister Plasterk moet de macht van het college van bestuur inperken.

De opening van het academisch jaar was weer even het moment om aan de buitenwacht duidelijk te maken hoe Nederlandse universiteiten groeien en waarom de onderwijsminister met meer euro's over de brug moet komen. Dat het hoger onderwijs beter kan, vindt minister Plasterk (PvdA) ook. Hij schetste een toekomstig stelsel met vier soorten en doorstroming daartussen.

Echter, hij zou er goed aan doen eerst een onbalans in de inrichting van de universiteit aan te pakken. Nu ligt de macht vooral bij de voorzitter van het college van bestuur, die benoemd wordt door de raad van toezicht en vaak als voornaamste kwaliteit heeft naam te hebben gemaakt buiten de wereld van onderwijs en onderzoek. De rector magnificus vertegenwoordigt de wetenschap, maar is ondergeschikt aan deze bestuurder. Het wordt hoog tijd dat de macht terugkeert naar de wetenschap.

De minister kan eenvoudig de orde van de zelfstandige universitaire gemeenschap herstellen. Maak de rector magnificus hoofd van de universiteit. En ontneem de raad van toezicht - vaak gevuld met leden zonder wetenschappelijke verdiensten - het recht de rector magnificus te benoemen. Geef dat recht aan de leden van de wetenschappelijke staf in vaste dienst van alle faculteiten. De raad van toezicht behoudt het recht om de tweede persoon van het college van bestuur te benoemen, de provoost. Die geeft leiding aan de zakelijke en organisatorische kant van de universiteit. De rector is verantwoordelijk voor de koers en staat voor de wetenschappelijke normen en ambities van de universitaire gemeenschap.

Ons voorstel richt zich tegen de bedrijfsmatige aanpak die de ziel uit de universitaire beroepsuitoefening aan het snijden is. Het gaat steeds meer over geld, over rendement, over het binnenhalen van onderzoeksgelden en wereldwijde concurrentie, en steeds minder over de inhoud, over de wetenschap. Als onderdeel van deze aanpak worden de leiders van de universitaire gemeenschap, de rectores magnifici dus, maar ook de decanen, als managers benoemd om vooral op getallen te sturen.

Bestuurders met dergelijke managementfuncties lopen het risico losgezongen te raken van de wetenschappers aan wie zij leiding moeten geven (zoals bleek bij de beslissing van de bestuurders van de Erasmus Universiteit om de islamgeleerde Ramadan te ontslaan zonder consultatie en professionele beoordeling). De taal die men gebruikt in de media is tekenend. Die is niet langer ontleend aan eeuwenoude academische mores, maar aan de nieuwste mode in de bedrijfskunde en de adviesbureaus. De redes die deze week in het hele land werden gehouden bij de opening van het academisch jaar bevestigden het primaat van strategische managementoverwegingen boven academische denkbeelden. We zien een bovenlaag aan het werk die zelf nauwelijks gecontroleerd wordt, maar wel de rest van de universiteit de maat neemt.

Krachtige wetenschappelijke instellingen zijn van levensbelang voor een ontwikkelde samenleving. Zeker in de huidige tijd van meervoudige crises zijn kennis, bezinning en oordeelsvermogen meer dan ooit nodig en dienen samenleving en politiek de universiteiten serieus te nemen. Dat zou betekenen dat universiteiten geen centraal geleide opleidings- en researchfabrieken moeten zijn, maar vrijplaatsen voor onafhankelijke en geoefende geesten die elkaar kritiek geven. Het kan en moet in dit opzicht beter. Daarvoor is leiderschap nodig dat breekt met de preoccupatie met marktwerking en bedrijfsmatige besturing, leiderschap dat niet weer vervalt in de eerdere cultus van Marxwerking (politieke vooringenomenheid), en boven alles is gericht op de kwaliteit van vrij wetenschappelijk onderzoek en onderwijs.

Een veerkrachtige universitaire gemeenschap heeft leiders nodig die het respect genieten van degenen aan wie ze leiding geven. Diegenen onder de professoren die een dergelijke leider willen zijn, kunnen ons daarvan overtuigen in een gepaste campagne. Of wij kunnen iemand ervan overtuigen die leider te zijn. En wil iemand na een periode van vier jaar als leider aanblijven, dan moet hij of zij dat nog eens doen. Op die manier heeft de rector magnificus draagvlak en mandaat. Zo wordt ook de betrokkenheid bij bestuur en organisatie gewaarborgd van degenen in de collegezaal en het seminar die de ziel van universiteit keer op keer dienen te voeden en te onderhouden.

Het is onze wens de universiteit te herstellen als eigen cultuurkring, waar studenten onder leiding van geïnspireerde wetenschapsbeoefenaren zich laven aan alle kennis die de wetenschappen te bieden hebben. Waar de onderzoekers zich betrokken voelen bij het wel en wee van 'hun universiteit', en waar de rector gestalte geeft aan een gemeenschap van getalenteerde en eigenzinnige waarheidszoekers. Daarom dient hij of zij het gekozen hoofd van de universiteit zijn.

Dit stuk verscheen op 2 september 2009 in NRC Handelsblad.

Harmen Verbruggen is decaan van de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen aan de VU, Jos de Beus is hoogleraar politicologie aan de UvA en Arjo Klamer is decaan van de Academia Vitae in Deventer en hoogleraar culturele economie aan de Erasmus universiteit in Rotterdam.