Pas op voor marktretoriek": Een kwestie van kiezen

Door Arjo Klamer
Friesch dagblad, April 2005

Denkt u ook dat economie over geld gaat? U zou niet de enige zijn. 'Geld' is steevast het antwoord wanneer ik beginnende studenten in de economie vraag waar we ons mee bezig gaan houden. Ze leren snel anders.

Denkt u dat economie over keuzes gaat in situaties van schaarste? Dan heeft u ongetwijfeld wat economielessen achter de rug, want dan leer je dat. Bedenk u nog eens, is mijn suggestie. Economie gaat per slot van rekening ook over productie, groei, meerwaarde. Oftewel, economie betekent niet dat je steeds zuinig moet kijken omdat je niet alles kan hebben in deze wereld.En denkt u misschien dat de economische wetenschap alleen haar naam verdient als ze kan voorspellen? Ook dan bent u niet de enige. Horen mensen dat ik econoom ben, dan willen ze van me weten welke kant de aandelenbeurs op gaat, of de rente weer omhoog gaat of iets praktisch als dat. Ik antwoord met een Amerikaans spreekwoord: "If I were so smart..." met het verzoek de zin af te maken. Inderdaad: "why am I not rich?" ("Als ik zo slim was... waarom ben ik dan niet rijk?")

Zou ik weten wat er met de aandelen en de rente gebeurt, dan zou ik het zeker niet verder vertellen. Ik zou het geld binnenharken en er in het zonnige zuiden van genieten. Mijn collega-economen zouden hetzelfde doen. Heeft u gezien hoe we leven? Dan weet u ook wel dat wij net zomin als ieder ander in de kristallen bol kunnen kijken. Betekent dit dat onze wetenschap weinig voorstelt? U begrijpt dat ik daar niet in mee wil gaan, want waarom zou ik me er anders dag in dag uit mee bezig houden?

Is economie vervelend? Veel mensen, onder wie opvallend veel vrouwen, slaan systematisch de economiepagina's van de krant over en beginnen al te gapen wanneer ze een econoom de hand moeten schudden. Het gaat toch alleen maar over geld, zeggen ze dan. Die misvatting wil ik graag corrigeren maar afgezien daarvan, het moet ook die mensen opgevallen zijn hoe vaak het over economie gaat in het nieuws, hoe sterk de economie ingrijpt in het leven van alledag en hoe economisch er wordt gedacht vandaag de dag. Zelfs kunstenaars - om maar eens een groep te noemen die weinig op heeft met economen - kunnen niet om de economie heen. Ook zij moeten hun kunsten op de een of andere manier te gelde maken. Of u naar de winkel gaat, op een wachtlijst staat voor thuiszorg of een belastingformulier invult, of als u zich afvraagt of Nederlanders nog wel werk hebben wanneer de Poolse werkers hier naar toe komen en het computerwerk uitbesteed wordt aan goedkope en efficiënte Indiase krachten, u bent bezig met de economie.

Geïrriteerd

U zegt dat u niets met economie hebt, dat u daar nooit over nadenkt en geen enkel idee hebt hoe de economie werkt. Laat me u dan eens vragen: wat is uw reactie wanneer een zwerver u om geld vraagt nadat u net ergens lekker hebt gegeten? Bent u geïrriteerd? Is dat omdat u vindt dat deze persoon best een baan kan vinden als hij zijn best zou doen? Blijkbaar vindt u dat de banenmarkt redelijk werkt. Daarmee geeft u aan een economische theorie te hebben. Wij economen herkennen in uw opvatting de neoklassieke theorie. Kijkt u daar van op? U had zich ook kwaad kunnen maken over het feit dat de man niet opgevangen wordt. In dat geval bezigt u de theorie dat de banenmarkt niet altijd goed werkt - mensen kunnen ongewild werkloos zijn - en ziet u een rol voor de overheid weggelegd, ervan uitgaande dat de overheid dit soort problemen kan oplossen - en dat is ook een theorie. Denkt u zo, dan zetten wij economen u in het kamp van de Keynesianen (vernoemd naar de beroemde Engelse econoom John Maynard Keynes). Of bent u gewoon kwaad op de ongelijkheid in deze wereld en gelooft u dat dit economische systeem verrot is en gedoemd ineen te storten? Dat kan. Daarmee bekent u zich tot een radicale of marxistische kijk op de zaken. Met dit voorbeeld wil ik aangeven dat iedereen met economische theorieën leeft, alleen is de één zich er meer van bewust dan de ander.

Kijk ook eens naar de berichtgeving in de kranten. Vertel me, u leest in dezelfde krant dat het consumentenvertrouwen is toegenomen terwijl het producentenvertrouwen is afgenomen. Aan welk feit hecht u meer waarde? Stel u kiest voor het consumentenvertrouwen met als argument dat het van de consumenten afhangt of er gekocht wordt en dus of er werk aan de winkel is. Daarmee geeft u in ieder geval blijk een economische redenatie te kunnen opzetten. Het is een typisch Keynesiaanse redenatie, kan ik u toevertrouwen, want daarin staat de vraagzijde van de economie voorop. De veronderstelling is dat de vraag de voortrekker van de economie is. Alles hangt af van de omvang van de consumptieve bestedingen en de investeringen, want dat is de vraag van bedrijven naar kapitaalgoederen.

Kiest u voor het producentenvertrouwen, dan schaart u zich aan de zijde van de zogenaamde aanbodseconomen. Dit zijn klassieke economen die beweren dat de impuls komt van ondernemers die willen ondernemen. Doen ze dat, dan genereren ze inkomen voor mensen die daarmee vervolgens naar de winkel stappen. Volgens deze klassieke theorie komt de vraag min of meer vanzelf. Het consumentenvertrouwen is dan een minder belangrijk gegeven dan het producentenvertrouwen. Zo ziet u maar, ook de krant staat vol met nieuws dat zonder een of andere economische theorie niets betekent.

Wereld op zich

Dit alles neemt niet weg dat economen er een bijzondere, en voor velen merkwaardige manier van redeneren op na houden. Luistert u een tijdje naar onze gesprekken, dan zult u er weinig van snappen. En dat is niet alleen omdat de gesprekken vaak erg technisch zijn en meer over wiskundige modellen lijken te gaan dan over de economie zoals u haar kent. De economische wetenschap zoals ze momenteel beoefend wordt, is knap lastig en het kost dan ook vele jaren van stevige studie voordat u in die gesprekken mee kunt doen. De economenwereld is een wereld op zich en wat daarin besproken wordt, staat veelal

ver af van de alledaagse werkelijkheid. Daarmee is de economische wetenschap niet anders dan ieder andere volwassen wetenschap.

Merkwaardig wordt het economisch denken wanneer wij het in alledaagse taal vertellen. Want wie wil er nu aan dat mensen puur rationeel en berekenend handelen, dat de informatie die ze hebben volledig is en dat markten perfect werken? Psychologen (onder wie mijn vrouw) verklaren economen voor gek van een dergelijk onmenselijk gedrag uit te gaan. Ook managers begrijpen niets van die volledige informatie en perfecte markten. Economen wimpelen hun bezwaren af met als argument dat je in de wetenschap moet abstraheren om iets te weten te komen.

En wat moet u wel niet denken wanneer we iets als een complexe markt in een diagrammetje van vier lijntjes denken samen te kunnen vatten? Op het eerste gezicht ziet het er allemaal wat merkwaardig uit. Maar het diagrammetje blijkt bijzonder effectief om de aandacht te richten op een aantal zaken. Het is een kwestie van beeldvorming. Of ik nu college sta te geven, u met uw vakantie bezig bent, en een ander op zoek is naar een partner, economen zien er een markt in. Zij stellen product vast (onderwijs, vakantiereis, een relatie), kijken wie de vragers zijn en wie de aanbieders, en richten zich vervolgens op de prijs. Die prijs is cruciaal. Daar draait eigenlijk alles om. De prijs staat in deze analyse gelijk aan de waarde der dingen. Relaties met knappe mensen bijvoorbeeld hebben een hoge prijs - kijkt u daar nu echt van op? Je betaalt ervoor: met een hoog inkomen, dure etentjes, leuke en kostbare uitjes enzovoort.

Wilt u economen begrijpen, hou dan vooral die prijs in de gaten. Voor economen is de prijs de grote regulator en stimulator van ons gedrag. Een hoge prijs voor olie is de prikkel voor een hoger aanbod van olie en dempt de vraag. Een goede prijs zorgt voor het perfecte evenwicht. Een afwijkende prijs geeft problemen. Wisten mijn studenten maar wat de prijs van hun colleges waren: dan werkten ze tenminste beter. Economen willen concurrentie zien omdat eerlijke concurrentie garant staat voor goede prijzen. Laat de elektriciteitsleveranciers maar met elkaar concurreren en dan zult u, de consument, wel eens zien hoe laag de prijs werkelijk kan zijn.

Kritisch

Vertoef een tijdje in het gezelschap van economen en u leert kritisch na te denken over prijzen. Om maar iets te noemen, de prijs van iets is niet de prijs die op het prijskaartje staat. Staat u lang in de rij voor een bijzonder goedkoop en bijzonder lekker restaurant, dan betaalt u niet alleen de rekening maar ook met het wachten. De econoom maakt u erop attent dat u in die tijd wel iets beters had kunnen doen. U geeft iets op door in de rij te staan. De geldwaarde van dat wat u opgeeft, noemen we opportunity costs - er is geen goed Nederlands woord voor. Dit is een cruciaal inzicht. Dus wanneer de buurt roept dat het zo leuk is om dat parkje te houden met als argument dat het helemaal niet zo duur is als je naar de onderhoudskosten kijkt, roept u nu: wat zijn de opportunity costs? Dan kijkt iedereen u aan alsof u een vreemde taal spreekt, en legt u rustig uit dat dit park wel eens flink wat geld kan opbrengen door er een winkelcentrum neer te zetten. Dat zijn de opportunity costs.

Nog een belangrijk inzicht. Dit komt als u de boekhouding van de economie in de gaten heeft. Neem het begrotingstekort waar iedereen zich zo druk over maakt. De overheid moet zoveel rente betalen op haar schuld, is het bezwaar. Alvorens toe te geven aan de angst dat het allemaal fout gaat, vraagt u zich rustig af waar het geld vandaan komt en waar het naar toe gaat. En gelijk heeft u, de overheid klopt het geld uit onze zakken en betaalt het aan ons terug als rente op de overheidsobligaties die wij, of liever onze pensioenfondsen en levensverzekeringsmaatschappijen, bezitten. Het is vestzak broekzak. Het enige vervelende kan zijn dat de één meer betaalt dan de ander en dat de één meer ontvangt dan de ander. Hetzelfde is aan de hand met inflatie. Vreselijk, roept de leek, want dan moet iedereen meer betalen. Ja, merkt de econoom op, maar er zijn altijd partijen die de hogere prijzen incasseren. Wat een kostenpost is voor de één, is een baat voor de ander. Zo erg is die inflatie dus ook weer niet.

Alleenzaligmakend

Hiermee is niet gezegd dat economen met hun wetenschap de wijsheid in pacht hebben. Met lede ogen zie ik toe hoe het economisch denken steeds dieper wortel schiet. Steeds meer mensen, en dan vooral de machthebbers, praten als economen. Privatisering is goed, zeggen ze, omdat dat de goede prikkels geeft. De markt lijkt alleenzaligmakend te zijn. Hoedt u voor dit eenzijdig economisch denken.

Besef bijvoorbeeld dat de belangrijkste waarden buiten de markt om gerealiseerd dienen te worden. Ooit een vriend gekocht of verkocht? Vriendschap, liefde, waarheid en schoonheid laten zich niet in prijzen vatten en verliezen hun waarde wanneer ze de inzet zijn van een markttransactie. Daarbij zijn markten voor sommige goederen zonder meer verwerpelijk. Wij handelen niet in kinderen en vrouwen. En het blijft nog een open vraag hoever wij willen gaan met de markt in vitale sectoren als het onderwijs en de gezondheidszorg. Er is veel voor te zeggen om in die gevallen de markt op gepaste afstand te houden. Zo kan ik, de econoom, nog wel even doorgaan. Wat te zeggen van het vertrouwen in een samenleving? De economie gedijt bij een gezond vertrouwen in elkaar en dat krijgen we alleen bij een stevige familiestructuur, goede scholen, goede sportclubs, sterke kerken, en actieve politieke partijen.

Mijn advies is daarom: weet de economische wetenschap op haar waarde te schatten, gebruik haar inzichten met verstand en besef vooral dat er meer is dan economie.