En andere economie vraagt om andere maatstaven

by Arjo Klamer
Forthcoming. Posted 11 mei 2009. 

Image source: the sustainable economy dialogue
University of Cambridge, Programme for Industry
 
Het ecnomische leven wordt in grote mate bepaald door de manier waarop we haar meten. Nu het bruto nationaal product met 3,5% daalt, denken we met ons allen dat het slecht gaat. Economisch gesproken dan. Maar is dat ook zo? Wat als het dit jaar beter gaat met het milieu? En wat als mensen de kwaliteit van de samenleving zien verbeteren, ondanks de economische recessie?

Dat de gangbare economische maatstaven steeds minder voldoen, is inmiddels wel duidelijk. Dat we zo gefixeerd zijn op eng economische cijfers als het bruto nationaal product (voor de samenleving), de winst (voor een bedrijf) en het jaarinkomen of het financiële kapitaal (voor een gezin), danken we aan economen en boekhouders van het begin van de vorige eeuw. Want toen werden de belangrijkste maatstaven van nu bedacht en ontwikkeld. Op zich is het mooi dat we weten hoeveel we consumeren, investeren, via de overheid besteden, invoeren en uitvoeren. En het is fijn om te weten hoeveel winst een bedrijf behaald heeft en hoeveel meer we verdiend hebben vorig jaar. Maar hoe belangrijk zijn die gegevens nu echt voor ons doen en laten?

De tijden zijn veranderd. We geven bijvoorbeeld meer om het milieu en zouden graag willen weten hoe het milieu dit jaar vaart. Hoeveel zijn we er weer op achter uit gegaan? Verschillende voorstellen zijn in omloop om het bruto nationaal product te corrigeren voor de effecten op het milieu. Dat is allemaal goed en belangrijk maar daarmee zijn we er niet.

Amartya Sen, een econoom met een Nobel prijs op zijn naam, heeft betoogd dat het belangrijker is te weten wat de kansen zijn voor een ieder op een goed leven dan de uitkomsten. Daardoor geïnspireerd berekent de Verenigde Naties ieder jaar weer de "Human Development Index" voor ieder land. Het gaat dan om een combinatie van het bruto nationaal product met indicatoren voor de kwaliteit van het onderwijs en gezondheid. De index leidt een marginaal bestaan. Een sturende werking gaat er vooralsnog niet van uit. Andere maatstaven zijn nodig.

Het gaat er om een maatstaf te vinden die aangeeft of een samenleving op de goede weg is, dichter bij haar doelen komt. Het is een vraag van doelen. Waarom is het te doen? Waar streven we naar?

Met het bruto nationaal product als maatstaf lijkt het erop dat het doel economische omzet is. Dan rekenen we de leiders af op het al dan niet realiseren van groei in die grootheid Voor een bepaalde periode in de economische ontwikkeling is een dergelijk doel zinvol maar dat is het niet meer in een hoog ontwikkelde samenleving als de onze. Economische groei is niets meer en niets minder dan een middel om te bereiken wat we werkelijk willen. Welzijn wordt dat wel genoemd. In Bhutan spreken ze over het Bruto Nationaal Geluk. Dat komt in de buurt. Maar hoe geef je handen en voeten aan een dergelijk doel? We zouden het ook over kwaliteit kunnen hebben, de kwaliteit van het werk, van het leven, en van het samenleven. Als cultuur econoom zou ik zeggen dat het gaat om waarden, om het realiseren van dat wat werkelijk belangrijk voor ons is.

In eerste plaats gaat het om sociale waarden. Om dicht bij huis te beginnen gaat het om het hebben van een goed gezin, bijvoorbeeld, om goede vriendschappen. Op het werk gaat het niet alleen om het inkomen maar ook om de uitdaging die mensen ervaren, om de sociale contacten. Kijken we wat verder dan gaat het om waarden als vertrouwen, vrijheid, veiligheid, solidariteit. Zijn die waarden duidelijk dan kunnen we meten in hoeverre mensen die waarden gerealiseerd zien. Veiligheid is belangrijk voor ons, kunnen we dan zeggen, maar we geven het een zeven. Het kan dus beter op dat punt. Als solidariteit belangrijk is, kunnen we bepalen of we op dat punt vooruitgang geboekt. Gaan we vooruit in de realisatie van een aantal belangrijke waarden, dan kunnen we concluderen dat ons welzijn toegenomen is.

Behalve sociale doelen, zijn er culturele doelen, ook wel spirituele doelen genoemd. Het gaat dan om waarden als een inspirerende omgeving, een identiteit om trots op te zijn, betekenisvol bezig zijn, en een ontwikkeld spiritueel leven. We zouden kunnen vaststellen welke doelen de samenleving op dit gebied heeft, hoe belangrijk mensen die doelen vinden en door mensen te vragen naar hun ervaringen inzicht krijgen hoe dicht we zijn bij het realiseren van die doelen. Hoe kleiner de kloof is tussen wat wenselijk is en wat ervaren wordt, hoe beter het gaat.

Ik geef direct toe dat de ontwikkeling van een dergelijk instrumentarium nog in de kinderschoenen staat. Maar nu de bestaande maatstaven ter discussie staan, is het een goede tijd om ons te bezinnen op wat we nu werkelijk willen weten. Als het om de kwaliteit van het leven zal gaan, hebben we maatstaven nodig die daarover gaan.