De compassie van

door Arjo Klamer
SP Tribune, November, 1997
cat: moral, columns

Kerken die uitgeprocedeerde asielzoekers in tenten onderbrengen, burgers die hartstochtelijk vechten voor de familie Gümüs, een bisschop die het armenprobleem in Nederland aan de orde stelt, een dominee die voor verslaafden opkomt. Wat is er aan hand met de Nederlandse samenleving? Leven we niet in een verzorgingsstaat? Verdeelt Nederland zich in een arm en een rijk deel? Verzaakt de Nederlandse overheid haar plicht?

"Hoe komt u erbij?" U hoort Kok of Melkert de aantijging met grote klem uit de wereld helpen. We doen heel veel, kijk maar naar die Melkertbanen. En van de tweedeling waar u het over heeft, is geen sprake. Dat zullen de heren zeggen. Redelijkerwijs gesproken hebben zij gelijk. Een groot alarm op dit moment lijkt overdreven. De tweedeling die een rijk land als de Verenigde Staten kent, ziet u hier niet. Zeker, een stad als Rotterdam heeft een aantal armoedige wijken en wanneer ik in de avond op doorreis in Hoog Catharijne in Utecht kom, loop ik langs een samenscholing van junkies. Maar dat alles is niets vergeleken met wat ik in een stad als Washington DC moest meemaken. Ik woonde in een redelijke buurt op de 16de Straat. Liep ik twee blokken om met de hond, dan kwam ik in een getto terecht. En dat betekent kapotte troittoirs, opgebroken asfalt, autowrakken, tralies voor de huizen en winkels, en samenscholingen van daklozen en werklozen vlakbij de drankwinkel. Om de dag werd iemand in die buurt vermoord. Twee-derde van de jonge mannen die ik daar zag, zijn nu dood of zitten in de gevangenis. Dat alles hoef ik gelukkig niet mee te maken hier in Nederland. Vergeleken met de Amerikaanse steden zijn Nederlandse steden oases van zorgzaamheid en harmonie.

Althans dat dacht ik. Een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) haalde mij uit de droom. Het telde bijna een miljoen huishoudens met een inkomen onder de armoedegrens (studenten niet meegerekend). Dat is toch verbijsterend veel. Daarmee ligt het percentage arme Nederlanders niet ver van het percentage arme Amerikanen. Nu realiseer ik me ook dat ik op gezette tijden van de Amerikaanse regering te horen krijg hoe het gesteld is met de armoede. Hier in Nederland bestond tot voor kort het begrip armoede niet eens en ook nu zijn er nog aparte studies voor nodig om haar te registreren. Het gevolg is dat de hele wereld weet dat er arme Amerikanen zijn, terwijl Nederland doet alsof het zonder is. We weten nu beter. Nederland heeft net als de VS een arme kant, alleen moet je ze hier achter deuren en gevels zoeken, terwijl ze in de VS de straten bevolken.

Het probleem is de apathie. Nederland moet mee in de vaart der volkeren en dus gaat de aandacht vooral uit naar de voorhoede. Van rijke Nederlanders moeten we het hebben, dus moeten hun belastingen omlaag. Natuurlijk, Nederlanders blijven fatsoenlijk en willen dat de overheid zich sterk maakt voor de armen. Maar de compassie met de mensen die het moeilijk hebben, lijkt plichtmatig geworden te zijn. De bezieling is zoek.

Misschien zijn Kok en zijn partij te veel de gevestigde orde geworden om hun betrokkenheid bij de mensen die het moeilijk hebben, geloofwaardig te maken. Compassie vraagt om een zekere onredelijkheid, om de moed door cijfers heen te kijken en de kale werkelijkheid aan te zien. Dat kan wellicht alleen in de oppositie. Daarom zijn de stemmen en acties van de Socialistische Partij en van de dominees en priesters zo belangrijk voor de samenleving. Zij herinneren ons allen aan een werkelijkheid die we maar al te gemakkelijk vergeten. Zij maken ons verder duidelijk dat bestrijding van de armoede niet alleen een overheidsaangelegenheid kan zijn, maar de verantwoordelijkheid blijft van iedereen.