Overvloed en onbehagen: Pleidooi voor een huiselijke economie: Dit is een bewerkte selectie uit In Hemelsnaam! Over de economie van overvloed en onbehagen

door Arjo Klamer

Uitgeverij Ten Have, Kampen 2005.

"Economen kennen het begrip 'onbehagen' niet. Het gangbare economisch denken houdt zich vooral bezig met het probleem van schaarste. Maar dat betekent niet dat schaarste altijd economisch is. Wat als het probleem van Nederland eerder een gebrek aan wellevendheid is, of een gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel? Dan zou je willen dat mensen ervoor kiezen om minder egoïstisch te leven en meer sociaal voelend." Arjo Klamer, hoogleraar economie, wil de econoom in ons een lesje leren. "Niet het management bepaalt de samenleving maar de oikos." Een pleidooi voor een economie "waar het haardvuur brandt".

Nederlanders lijken tevreden mensen. We scoren samen met de IJslanders en Denen het hoogst in internationale onderzoeken naar het geluksgevoel. Maar de afgelopen tien jaar is de tevredenheid niet toegenomen, ondanks de toegenomen welvaart. Eerder is het tegenovergestelde het geval. Het lijkt er sterk op dat vele Nederlanders een tekort ervaren. Een tekort aan stabiliteit misschien. En aan geborgenheid, zoals bleek in een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (CPB 2004).

Vanuit mijn wetenschap - de economie - kan ik dat onbehagen niet verklaren. Economen kennen het begrip 'onbehagen' niet. Het gangbare economisch denken houdt zich vooral bezig met het probleem van schaarste. Economie is geworden tot de wetenschap van de keuze, want schaarse middelen dwingen mensen te kiezen. Haar belangrijkste vraag is waarom mensen meer van dit kiezen in plaats van dat. Het economisch beleid is bedoeld om die keuzes te beïnvloeden: hoe krijg je mensen zover dat ze ervoor kiezen om minder te sparen en meer te consumeren, of om meer te werken en minder te luieren? Maar dat betekent niet dat schaarste altijd economisch is. Wat als het probleem van Nederland eerder een gebrek aan wellevendheid is, of een gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel? Dan zou je willen dat mensen ervoor kiezen om minder egoïstisch te leven en meer sociaal voelend.

De huidige wetenschappen bieden soms te weinig nuttige en inzichtrijke perspectieven bieden doordat ze verstrikt zijn geraakt in hun eigen redenaties. Vooral mijn eigen wetenschap, de economische, lijdt aan dat euvel. Ik richt me hier dan ook vooral tot econoom in ons. Ik wil laten zien hoe wetenschappelijke inzichten een ander perspectief kunnen geven op de alledaagse werkelijkheid. Hoe we de werkelijkheid anders kunnen denken. Daarmee verandert die werkelijkheid niet, maar wel onze benadering ervan, onze houding en uiteindelijk onze aanpak van de problemen.

Bij wie hoor ik?

Economie kan nooit het doel zijn; dat waar het leven om draait. Het is niet meer en niet minder dan een middel, een instrument om dat wat werkelijk belangrijk is mogelijk te maken - met de aantekening dat soms vooral die economie het 'hemelse' in de weg staat. Dus moeten we buiten de economie opereren om dat wat echt van waarde is, te verwezenlijken. Uiteindelijk draait alles niet om de economie, maar om de samenleving. Niet een sterke economie of een doeltreffende overheid bepaalt de kwaliteit van het leven, maar een vitale en krachtige samenleving. Wij mensen moeten het doen, met elkaar.

* * * *

De vraag 'bij wie hoor ik?' is voor het lid van een clan niet moeilijk te beantwoorden. Bij de clan natuurlijk. Hoe zou u de vraag beantwoorden? Weet u het direct? Hoort u bij een club of een clan? Of hoort u bij de mensen die niet kunnen of willen zeggen waar ze bijhoren. 'Ik hoor bij mezelf', hoor ik een kind zeggen.

Mij verwart die vraag. Hoor ik bij mijn gezin, bij mijn land? Hoor ik bij economen, of bij mijn universiteit? Of ben ik mens onder de mensen? 'Ik voel me overal thuis', hoorde ik een bekende Nederlandse kunstenares zeggen. 'Ik hoor overal en nergens bij', voegde ze eraantoe. Zij ziet zichzelf als een nomade, als een individu dat rondtrekt in deze wereld en overal een plaats vindt. Het beeld is van een Ik dat autonoom is, het lot in eigen handen neemt en keuzes maakt.

Wellicht wil ik het beeld van het individu ook niet kwijt. Denken vanuit het Ik kan een bevrijding zijn. Aan het begin van de de zeventiende eeuw, toen het Wij-denken nadrukkelijk prevaleerde, het beeld van God nog allesbepalend gedacht werd en de kerk voor absolute autoriteit stond, was het radicaal om vanuit het Ik te denken. Daarom schokte René Descartes met zijn 'Cogito, ergo sum'. 'Ik denk, dus ik ben.' Het is niet God die mijn ziel beroert en mijn geest beweegt. Nee, ik ben het. Ik bedenk de wereld, ik kan de wereld vatten; daar heb ik God niet voor nodig. Dat die uitspraak bevrijdend kan werken, is goed voor te stellen. Ook nu nog. Je wordt geleefd, je denkt wat anderen denken en dan is het een uitbraak om net als Descartes, vanuit jezelf te denken. Niet toch?

Het beeld van het individu beheerst ook de moderne wetenschap die economie heet. Als u zich in het economengesprek mengt, gaat u er al snel vanuit dat mensen rationele keuzes maken, daarbij het eigenbelang nastreven, en het maximale geluk realiseren. Het is een o zo verleidelijke voorstelling van zaken. Het is misschien cynisch door de nadruk op het eigenbelang, maar het reikt een analytisch mes aan waarmee je de werkelijkheid kunt ontleden. Denkt u dat mensen trouwen uit liefde en dat geld daar niets mee te maken heeft, dan laat de econoom u zien dat aantrekkelijke mensen duurder zijn om mee te trouwen dan minder aantrekkelijke mensen. Economen verwijzen graag naar de figuur van Robinson Crusoe om hun voorstelling van zaken kracht bij te zetten, het hoofdpersonage van Daniel Defoe's roman. Defoe schreef die een kleine eeuw nadat Descartes het individu vrij had gedacht. Dat was blijkbaar de incubatieperiode voor die gedachte. Zoals in zovele romans die erna volgden, staat hier het voor zichzelf denkende individu centraal. Het mooie is dat de avonturier geheel op zichzelf is aangewezen nadat hij als schipbreukeling op een onbewoond eiland is geland. Economen lezen in deze roman het verhaal van een individu dat bewuste keuzes maakt, onder meer door consumeren nu op te offeren in ruil voor investeringen voor de toekomst. De entree van Vrijdag later in het verhaal komt goed van pas om te laten zien hoe twee individuen door middel van een taakverdeling en ruil betere resultaten kunnen behalen. Crusoe en Vrijdag vormen dus een kleine economie samen. Het is leuk om te vertellen en verleidt de student te denken in termen van rationeel kiezende individuen.

Individu en modernisme

De visie op de mens als individu past goed in het modernisme, dat vorm kreeg in de twintigste eeuw. Daarin vloeit het verlichtingsdenken van de achttiende eeuw met zijn nadruk op de rede samen met de latere Romantiek met haar nadruk op het menselijke gevoel. Het verbindt Descartes' 'Ik denk, dus ik ben' met Jean-Jacques Rousseau's 'Ikvoel, dus ik ben'. Het modernisme denkt daarom in tweedelingen.

Al het subjectieve, waaronder de emoties, de morele gevoelens en vooral de voorkeuren van ons mensen, vallen voor economen buiten het domein van hun wetenschappelijk onderzoek. 'De gustibus non est disputandum', zeggen ze tegen elkaar - over smaak valt niet te twisten. Smaak bestaat en dat is dan ook meteen alles wat economische modellen erover zeggen. Dat waarover ze exact en objectief kunnen zijn, zoals prijzen en inkomens denken economen in het vierkant, het domein van de logica en de feiten, en dus het domein van de wetenschap.

In dualiteiten denken, bepaalt niet alleen de moderne wetenschappen maar ook het alledaagse denken en doen. Emoties zijn iets voor het persoonlijke leven, de slaapkamer en de kamer van de therapeut. We houden ze buiten het werk en de wetenschap. Verwacht onze partner dat we ons in onze naakte emoties laten zien, op het werk beperken we ons tot onze redelijkheid. 'Niet emotioneel worden, alstublieft! Laten we vooral redelijk blijven.' Morele gevoelens zijn subjectief, horen dus in de cirkel. 'Dat jij voor abortus bent, is jouw zaak; ik vind dat abortus niet kan.' Ieder zijn mening, ieder zijn geloof. Want ook religie is subjectief, in dit modernistische denken dan.

Maar het individualisme kan ook te ver gaan. Luister maar naar de klachten over het egoïsme van de jeugd, welig tierend narcisme, managers die vooral bezig zijn met zelfverrijking. Mensen klagen over de vervlakking van de samenleving, het gebrek aan waarden en normen, en wijzen naar het individualisme als hoofdoorzaak.

Is het mogelijk uit 'de ban van het cartesiaanse denken' te breken, zoals Bart Gijsbersen en Jan Willem Kirpestein dat uitdrukken in hun boek De terugkeer van de mens (1999).

Oikos

Eenmaal in verwarring, kan het helpen terug te kijken. Begin bij het begin. Zoals Aristoteles dat doet in de Politeia. Natuurlijk ben ik mij er niet van bewust hoe het allemaal begonnen is, en u weet dat ook niet. Maar inmiddels weten we dat het leven voor ons begon toen we uit de baarmoeder kwamen. Dat hebben nog steeds alle mensen gemeen, een moeder dus. Psychoanalytici zien dat gegeven als allesbepalend. Ik wil het graag geloven ook al weet ik niet hoe ik de scheiding van mijn moeder heb ervaren. Hoe traumatisch het besef alleen te zijn is, iets te zijn apart van mijn moeder, weet ik niet. Misschien geeft die ervaring mensen de impuls om de afstand met ieder ander te overbruggen en het pijnlijke gevoel helemaal alleen te zijn op te lossen door middel van liefde of macht, dus door de ander op een of andere manier toe te eigenen. In de liefde wordt de vrouw mijn vrouw, en door macht worden die mensen mijn mensen. In ieder geval laten mensen op allerlei wijzen zien de behoefte aan een 'wij' te hebben, aan iets dat meer is dan het Ik. Daarom opereren ze in groepen, clubs, clans, religies, gemeenschappen, organisaties en als volkeren.

Die meest persoonlijke sfeer, de sfeer van de moeder en de vader, van het eerste wij, noem ik de sfeer van de oikos. Oikos is Grieks voor 'thuis', voor de plek waar het haardvuur brandt. In de oikos leven en werken mensen in gemeenschap; verdelen ze taken en delen het voedsel en al het andere waardevolle dat de oikos produceert en verwerft. De oikos is een gemeenschappelijke goed voor hen die er deel van uitmaken. Iedereen draagt het zijne of hare bij en die bijdragen bepalen hoe sterk, vitaal en waardevol een oikos is. Oikos is binnen; staat voor 'wij'. Oikos is het eerste antwoord op de vraag waar je bijhoort.

Ik gebruik 'oikos' om te voorkomen dat alleen maar aan gezinnen en families gedacht wordt. Een oikos heeft vele vormen. In veel Afrikaanse en Aziatische landen is de oikos een uitgebreide gemeenschap van families. Het kan een stam zijn, een clan of een religieuze gemeenschap. Bepalend is het gevoel van een 'wij' en de onderlinge afhankelijkheid. Maar de oikos kan ook virtueel en symbolisch zijn. Een geloofswereld met een God als de vader en met medegelovigen kan als een oikos ziin. En ook het thuisland kan als een oikos beleefd worden, net als een buurt, een volk of zelfs de aarde. Ik kan me zo voorstellen dat als astronauten zich klaarmaken om uit de ruimte terug te keren, zij de aarde als hun oikos zien.

De oikos is de plek waar we ons geborgen voelen, een plek waar we leren wat zorgzaamheid, betrokkenheid en misschien wel wat liefde is. Ieder mens heeft die nodig. Alles wat we doen, richt zich uiteindelijk op de oikos. Aan het graf worden we in de eerste plaats herinnerd door wat we voor de mensen in onze oikos hebben betekend, en dat zijn voor de meesten van ons, onze kinderen, onze partners, onze ouders. Mijn oikos komt eerst. En als ik dat weer eens vergeet, herinnert mijn vrouw me daar wel aan.

Leden van de oikos rekenen niet af, ze ruilen niet op basis van quiproquo, zoals in de markt, en houden elkaar niet aan een contract (nou ja, soms misschien wel). Nee, ze delen een gemeenschappelijk belang en dragen ieder op een eigen manier daaraan bij. Als de markt zijn intrede doet in de oikos, geeft dat spanningen. Stel dat de vrouw betaald wil worden voor haar diensten. Of dat de ouders de kosten van de opvoeding bij hun kinderen in rekening brengen ('Die 232.544 euro mag je wel in termijnen afbetalen.')

De oikos vertegenwoordigt een sfeer van waarden. Dat blijkt bij een scheiding. Niets kan iemand zo kwaad maken als dat de ander gaat becijferen wat hij nog tegoed heeft. Of als een lid zomaar verdwijnt, aan de drugs verslaafd raakt, of als een vreemde binnengelaten wordt ('Wat moet die vent aan het ontbijt?'). De waarden van de oikos zijn niet allemaal positief. Niet voor niets willen sommige mensen niets van de oikos weten want voor hen staat die voor afhankelijkheid, onderdrukking, misbruik en buitensluiting.

* * * *

De gemiddelde grootte van een Nederlandse huishouding is de afgelopen tien jaar weliswaar iets afgenomen (van 2,35 naar 2,28 mensen per huishouding), maar het merendeel van de Nederlanders leeft nog steeds samen met anderen. Iedere oikos is multicultureel doordat ze mensen bijeenbrengt die uit andere oikoi komen ; en iedere oikos heeft zo zijn eigen cultuur. Leven in een oikos is een kwestie van omgaan met verschillende culturele achtergronden. Therapeuten kunnen mooi vertellen hoe ingewikkeld, soms onmogelijk dat is.

Daarbij is iedere oikos tijdelijk. Kinderen verlaten het huis om aan een eigen oikos te werken, ouders gaan scheiden of gaan dood, gescheiden ouders trouwen met anderen. Daardoor zijn de variaties eindeloos. Vraag maar eens rond in een willekeurig gezelschap. Iedereen heeft een andere oikos, iedereen heeft wel iets merkwaardigs.

Vadertje staat

Is de oikos allesoverheersend in een traditionele samenleving, in een moderne samenleving zien we een verontwikkelde derde sfeer, ook wel aangeduid als 'civil society'. Het is de ruimere kring waarin wij ons kunnen begeven buiten onze oikos, zonder in de sferen van de overheid en de markt terecht te komen. Net als in de oikos overheersen hier de informele, sociale interacties. Het is hier dat mensen zich verenigen, politieke parttijen beginnen, sociale organisaties zoals NGO's oprichten, clubs vormen, vriendenkringen onderhouden en collegiaal zijn.

Verreweg de meeste van onze interacties met anderen vinden in deze sfeer plaats. Ga maar na: de enkele keren dat een gemiddeld persoon in de sfeer van de markt of van de overheid opereert, staat in geen verhouding tot de eindeloze interacties met collega's, vrienden en vooral gezinsleden.

Een typerend instrument in de derde sfeer is de gift. Daarmee onderscheidt deze sfeer zich van de marktsfeer waar het gelijk oversteken centraal staat, het quidproquo, en van de overheidssfeer met in wetten vastgelegde rechten en plichten.

* * * *

De oikos ligt aan de basis van de derde sfeer. Sterke oikoi maken een sterke derde sfeer. En die is weer een voorwaarde voor een sterke en gezonde samenleving.

De oikos kan verstikkend werken. De derde sfeer kan dat ook doordat we in die sfeer afhankelijk zijn van de mensen die wie kennen, met wie we iets gemeenschappelijks hebben. Het verstikkende en beperkende van deze twee informele sferen zijn goede redenen voor mensen om de vrijheid van de markt op te zoeken, op zichzelf te willen leven, het eigen ik te bevestigen dan wel de hulp van de overheid in te roepen. Zowel de markt als de overheid biedt dus een tegengewicht voor de negatieve kanten van de oikos.

Maar zo rechttoe rechtaan is die markt ook weer niet. Ze is eerder een complexe sfeer met een breed spectrum aan waarden. De markt betekent vrijheid van keuze, een kans op een ander leven. Maar de markt kan ook onzekerheid, instabiliteit, ongelijkheid, verlies en een moordende concurrentie betekenen. De markt is niet de oplossing van alle problemen. Daarvoor is haar sfeer van waarden te beperkt en te specifiek.

De overheidssfeer dient ertoe om het collectieve domein inhoud te geven en de tekortkomingen van de markt en de derde sfeer te compenseren. Ook dat gaat gepaard met een spectrum aan waarden. Tegenover het private belang van de markt komt het collectieve belang te staan. In plaats van vrijheid van keuze en eigen verantwoordelijkheid heersen in de overheidssfeer waarden als rechtvaardigheid, solidariteit en collectiviteit. In deze sfeer is het anders praten en denken. Het is niet voor niets dat een ambtenaar het moeilijk heeft te werken in een marktgerichte organisatie en dat een commercieel iemand gek kan worden van een overheidsorganisatie.

De overheid terugdringen, betekent dus haar sfeer van waarden terugdringen. Meer ruimte voor de markt en het individu betekent minder nadruk op het collectief belang, op waarden als solidariteit, een zorgzame samenleving en (sociale) zekerheid ten bate van waarden als keuzevrijheid, efficiëntie, prestatie, maar ook die van ongelijkheid, hebzucht, onzekerheid en instabiliteit. Klantgericht en prestatiegericht werken, klinkt goed, maar niet als het ten koste gaat van waarden als zekerheid, stabiliteit, gelijkheid en het collectief belang.

* * * *

Niet het management bepaalt de samenleving maar de oikos. De oikos bepaalt de derde sfeer die op haar beurt weer doorwerkt in de markt en de overheid.

In de praktijk lopen de sferen in elkaar over en duiken in elkaar op. De waarden en de retoriek van de markt laten zich gelden in de oikos, zoals we zagen. Ouders betalen kinderen voor verleende diensten en partners sluiten contracten af om de aan elkaar bewezen diensten vast te stellen (vooral handig in verband met een eventuele scheiding).

Cruciaal is de invloed van de oikos en de derde sfeer op de sfeer van de markt en van de overheid. Mensen lijken moeilijk in de ene dan wel de andere sfeer te opereren zonder op een of andere manier waarden en kenmerken van de oikos te importeren. Zo wil de manager werknemers inspireren door hen voor te houden dat ze één familie vormen, dat het om loyaliteit gaat en om betrokkenheid en dat hij goed voor hen wil zorgen - allemaal waarden, begrippen en topoi van de oikos. De straatverkoper houdt de argeloze voorbijganger voor dat ze vrienden zijn en dat hij daarom een zeer speciale prijs voor hem heeft; het is de derde sfeer in de markt. Maar ook zakenmensen willen elkaar een gevoel geven vrienden te worden alvorens tot een deal te komen - hoe zuidelijker je komt, hoe sterker die invloed van de derde sfeer is.

De metafoor van de oikos kun je ook gemakkelijk op de overheid loslaten: 'vadertje staat' en 'het vaderland', of 'de zorgzame moeder', 'de overheid die over ons waakt en goed voor ons zorgt'.

Al deze vermengingen en wederzijdse beïnvloeding maken het onderscheid tussen de drie sferen niet overbodig (zie ook Van Staveren 2000). Daarom kan ik van u uw auto kopen en misschien ook uw jas, maar begin ik over uw kind of partner, dan ben ik althans in deze beschaving buiten de orde. In de markt past dergelijk gedrag niet. Rechtvaardigheid, de kernwaarde in de sfeer van de overheid, voldoet niet in de oikos. Mijn familie zou het niet pikken als ik onze spullen ga verdelen onder armlastige mensen in de buurt. Hoe rechtvaardig dergelijk gedrag ook zou zijn, het botst met de zorgzaamheid en het verantwoordelijkheidsgevoel die mijn oikos van mij verwacht. Liefde is niet te koop en vriendschap ook niet.

* * * *

[info] Dit is een bewerkte selectie uit: In Hemelsnaam! Over de economie van overvloed en onbehagen, Arjo Klamer, Uitgeverij Ten Have, Kampen 2005.