Economie gaat over moraal [with Cees Veltman]

Econoom Arjo Klamer introduceert neotraditionalisme: Er is meer dan economie

door Cees Veltman
VolZin, October 2005

Arjo Klamer: "Ik de nieuwe Goudzwaard? Het zou me erg goed doen als ik zo gezien werd".

"Mijn punt als econoom is dat we gek gemaakt worden met de gedachte dat alles draait om de economie. De kwaliteit van de samenleving wordt bepaald door andere dan economische waarden." Arjo Klamer is geen gewone econoom. Voor zijn collega's spreekt hij abacadabra omdat hij zich verzet zich tegen het marktdenken dat zij nog als vanzelfsprekend beschouwen. Hij introduceert een nieuwe stroming: het neo-traditionalisme als opvolger van het postmodernisme. "De parabel van de verloren zoon, die raakt me."

Zijn uitgever had er moeite mee, maar hij heeft toch doorgezet en zijn nieuwe boek over de economie In hemelsnaam! beëindigd met een preek. Arjo Klamer: "Ik ben nu eenmaal een domineeszoon, dat prekerige zit in me. Als jongen wilde ik dominee worden, net als mijn vader, al was ik heel kritisch ten opzichte van de kerken, net als hij. Maar al snel kreeg ik steeds meer bezwaren tegen het geloof. Op m'n veertiende wilde ik niet meer naar de kerk. Ik werd bijvoorbeeld een keer niet meegenomen door kerkgangers toen ik stond te liften. Die kerk is ook nergens goed voor, dacht ik.

Om al dit soort redenen, ook om in te gaan tegen mijn dominante vader, besloot ik om geen theologie maar econometrie te gaan studeren. Ik was goed in wiskunde en vond economie interessant om een model te vinden voor de bestrijding van armoede en milieuvervuiling. Ook de econoom Jan Tinbergen had het idee dat je daarvoor alleen maar een wiskundig model hoefde te ontwikkelen. Dat paste in ideeën over de maakbare samenleving, die toch iets arrogants hadden.

Toen ik in de Verenigde Staten kon gaan doceren, heb ik dat graag gedaan. Ik wilde me blootstellen aan het hart van de klassieke economie. Zeventien jaar ben ik er gebleven. Ik heb er mijn, Nederlandse, vrouw leren kennen en ben pas teruggekomen toen mijn vader overleden was. Het was moeilijk voor me om terug te komen naar Nederland, maar eenmaal terug, ontdekte ik hoe Nederlands ik ben. Ik ging me over van alles druk maken: over de economisering van de universiteit en over Europa."

Dronken man

Kramer ontdekte dat het economisch denken is doorgeslagen. "Tot in de kerken toe wordt gesproken over producten en rendement. We hebben nog geen taal om anders te denken dan economisch. We zitten in de positie van de dronken man die zijn sleutels kwijt is en onder een lantaarnpaal gaat zoeken omdat het daar tenminste licht is. We kijken waar we kunnen meten, maar niet alles in het leven is meetbaar. De meeste waarde wordt buiten het geld om gecreëerd in de oikos, zoals ik dat noem, om van de associatie met het gezin af te komen. Dat Griekse begrip verwijst naar je thuis en de wij-groep. Dat kan een gezin zijn, maar ook een huishouden van alleenstaanden waarin lotsverbondenheid wordt gevoeld met anderen. Dat opereert op een andere manier. Dan ga je niet kopen, verkopen en ruilen. Dat onttrekt zich aan het cynisme dat ervan uitgaat dat het in de globaliserende wereld in de eerste plaats gaat om lijfsbehoud. Het gezin is de basis van de samenleving. Het is opvallend hoe vaak we de begrippen vader en moeder gebruiken, ook als het om de overheid gaat. Den Uyl was de grootste moeder die we hadden, die zorgde voor alles. Balkenende willen we als vader zien, maar die rol lukt hem niet goed. Kok kon dat beter.

De behoefte aan mensen die ergens voor staan, groeit. Ik schrik er ook minder voor terug om voor mijn overtuiging uit te komen. Het is nodig dat meer mensen dat doen, want het gaat in Nederland nu de kant op van de survival of the fittest: puur om carrière maken en geld verdienen. Dat gaat ten koste van zorg voor anderen. Ik weet natuurlijk niet precies wat het goede is en wat deugdelijk handelen is en ik weet het zeker niet voor anderen. Waarden en normen kun je niet afdwingen. Maar ik heb wel een geloof. Ik denk wel te weten dat er iets meer is dan het economische. Dat heb ik toch weer van mijn vader meegekregen. Ik ben bezig de bijbel te herontdekken als bron van inspiratie en inzicht. Het atheïsme van mensen als de filosoof Herman Philipse vind ik dodelijk. Voor mij betekenen geloof en leven juist dat er ruimte is voor verwondering en dat je dingen openlaat. Ik heb daar zelfs over gepreekt voor de NCRV en in een remonstrantse kerk, ook over de parabel van de verloren zoon. Die raakt me, maar dat is een persoonlijk verhaal. Ik ben immers zelf lang dolende geweest in Amerika. Dat is een stimulerende samenleving. Mensen zetten zich in voor buurt en kerk en de vrijgevigheid is groot. De episcopaalse kerk en de quakers bijvoorbeeld zijn zeer sociaal en vooruitstrevend, open en warm. Dit soort kerken vertegenwoordigt bij elkaar toch zeker de helft van de Amerikaanse samenleving. Ze worstelen er ontzettend mee dat het christen-fundamentalisme sterk is geworden in Amerika. Maar misschien, als Hillary Clinton de nieuwe president wordt, slaat het religieuze klimaat om. Dan krijgen we een heel ander Amerika. Nee, dat land is geen voorbeeld als het gaat om sociale voorzieningen of de gezondheidszorg. Maar het is jammer dat we alleen de hardheid en niet de kracht van die samenleving zien."

Die kracht mist Kramer nu: "De Nederlandse kerken hebben als instelling geen aanwezigheid, ze spreken nauwelijks, geïntimideerd door de snelle ontkerkelijking. Natuurlijk moeten ze bescheiden zijn, maar ze kunnen de mensen ook aanspreken op belangrijke waarden en wijzen op tegenstrijdigheden in de samenleving.

Het is gek dat we het in Nederland nog nooit zo rijk hebben gehad - zelfs als je maar moeilijk de eindjes aan elkaar kunt knopen - maar dat er toch een groot onbehagen heerst en dat een gebrek aan warmte wordt ervaren. Dat onbehagen betreft niet zozeer het persoonlijke leven, maar de samenleving. Onze overvloed is economisch, maar de sociale verworvenheden kalven af en de grootste armoede is spiritueel. We doen onze boekhouding verkeerd. Wat heb je eraan als je veel geld hebt, maar geen liefde, geen vrienden, geen leuke kinderen of als je niet in een leuke buurt woont? We zien materiële verrijking en spirituele verarming optreden. Oké, er is wel veel aandacht voor spiritualiteit in boeken en media, maar daarmee wordt toch vooral een elite bereikt en het is ook een kwestie van handel. Die behoefte zie je ook in het bedrijfsleven: de ene zielscursus na de andere. Die nieuwe behoefte en de problemen die mensen hebben om aan zingeving invulling te geven, zijn op zichzelf al een bewijs van die verarming. Ik voel me verwant met auteurs als Willem Jan Otten, Marjoleine de Vos en Ger Groot. De wereld verandert, niets is in steen gebeiteld, niets is absoluut. Maar je kunt wel leven vanuit het besef waar je vandaan komt. Je kunt leren van je ouders, ook van wat ze niet goed hebben gedaan."

Neotraditionalisme

Kan wat hij bepleit als het neotraditionalisme, de opvolger worden van het huidige postmodernisme? Klamer: "Misschien. De veelzijdigheid van het denken in het postmodernisme is belangrijk, maar we raken steeds verder verwijderd van onze tradities, waardoor we richting in ons leven verliezen, evenals het zicht op de toekomst van het leven. Ik ben niet tegen de markteconomie of tegen de overheid of tegen luxe. Ik merk alleen op dat we uit balans zijn en dat we een nieuw evenwicht moeten vinden tussen traditie en vernieuwing, al zullen we dit waarschijnlijk nooit helemaal vinden. Ik vraag aandacht voor tradities in het goede menselijke samenleven. Die tradities veranderen ook, vandaar het voorvoegsel neo. Volgens Aristoteles is de mens altijd enigszins uit evenwicht. Steeds zoeken we naar het goede, maar we bereiken dat nooit. Dat is de dynamiek van het leven, waardoor je nooit zelfgenoegzaam wordt. Mensen kunnen ook te sociaal of te religieus zijn en te weinig economisch. Misschien zal ik nog eens een boek moeten schrijven dat de economie er ook toe doet, maar dat ligt op dit moment niet voor de hand."

Als inspirerende denkers noemt hij Thomas van Aquino en de Amerikaanse econoom Bruno Frey. Ook Bob Goudzwaard die furore maakte met zijn economie van het genoeg, is voor hem belangrijk. Is hij de nieuwe Goudzwaard? Klamer: "Het zou me erg goed doen als ik zo gezien werd. Goudzwaard denkt vanuit zijn christelijke overtuiging na over de economie en de samenleving."

In zijn vakgebied vindt Klamer nog weinig medestanders: "De meeste economen begrijpen mijn redenering niet. Ze denken dat mensen alleen iets doen als ze er voordeel bij hebben. Dat kan ook inhouden: iemand helpen, want daar kun je je goed bij voelen. Maar economen begrijpen dit soort altruïstisch gedrag niet. Vrijwilligerswerk bijvoorbeeld of een fooi in een wegrestaurant waar je nooit meer komt. Ik heb daar wel een verklaring voor. Het gaat om meerwaarde in het leven: om zorg en aandacht die je ook nog de kosten van een therapeut kunnen besparen, vriendschap, geloof ook, daar kom ik steeds meer achter. Je deelt dan iets met anderen dat zin geeft aan je leven. Mensen zijn immers door en door sociale wezens. Dat zie je zelfs aan het zogenaamde materialisme van het koopgedrag. Ook graaien doen mensen eigenlijk niet voor zichzelf, maar voor anderen. Met mooie schoenen of een dure auto vragen ze eigenlijk om erkenning van anderen. Mensen handelen niet puur rationeel, ze maken voortdurend afwegingen en kiezen voor een leven waar zij zich het prettigst bij voelen. Ik raak er steeds meer van overtuigd hoe belangrijk dat is voor het functioneren van de economie. Ik probeer niet zozeer economische problemen zoals de werkloosheid te verklaren, maar te ontdekken hoe te handelen vanuit mijn overtuiging. Hoe ga je met mensen om? Hoe moet de overheid zich opstellen? Dat zijn morele vragen. Economie is een morele wetenschap, zoals het altijd is geweest tot in de jaren dertig. Die traditie wil ik terugzien."

"Euro verdwijnt"

Klamer is steeds kritisch geweest op de Europese Unie, de euro incluis en hij voorspelt zelfs de verdwijning van de euro in zijn huidige vorm. Hij acht het heel goed mogelijk dat bijvoorbeeld de Duitsers uit de EU zullen stappen, ook al ziet hij de EU als een gezamenlijk Duits-Frans project om hun macht te vergroten. Had hij de dag van zijn leven op de verkiezingsdag over de Europese grondwet toen Nederlanders massaal nee zeiden tegen die grondwet? "Nee hoor, het was geen leuke dag voor me, eerder pijnlijk, maar ook een bevestiging van het gevaar waar ik altijd tegen gewaarschuwd heb. Kijk, dat barrières binnen Europa worden opgeheven, is prima voor de handel en voor het intermenselijke verkeer. Er komt nu geen oorlog meer in Europa. Maar we hebben ook te maken met het technocratische Brusselse overheidsdenken en afspraken die niet goed uitpakken voor de sociale en democratische verworvenheden in Nederland en elders. De EU is gewoon veel te groot om een vitale democratie te kunnen realiseren, ze heeft geen demos. Het is economisch gezien onzinnig dat een economie groot zou moeten zijn. Je moet de menselijke maat bewaren. Je moet eerder kleiner dan groter denken. Je moet als gemeenschap eerst een sterke sociale en democratische basis hebben. Dan kun je ook wat voor andere landen betekenen. Ik ben een idealist, ook wat Europa betreft, maar zoals Brussel de Europese ontwikkeling nu voor ogen heeft, is dat niet aantrekkelijk. Je kunt wel idealen en de beste bedoelingen hebben, maar je loopt het risico dat de problemen alleen maar erger worden en dat lijkt nu te gebeuren."

Schildert hij de Europese Unie niet te zwart af? Ze heeft duidelijk succes geboekt in achtergebleven gebieden in Europa. Ierland profiteert sterk van de EU. Hoe denkt hij solidariteit binnen Europa dan te organiseren? Klamer: "Het is de vraag of de Ieren die economische ontwikkeling niet zouden hebben doorgemaakt als ze buiten de EU waren gebleven. Ze hadden al een goede startpositie met lage lonen en goed onderwijs. De Ieren hebben twijfels over de EU, er zelfs een keer tegen gestemd. Hetzelfde geldt voor de Hongaren en de Tsjechen. Ik verwacht grote aanpassingsproblemen voor de nieuwe EU-leden, ook voor de Poolse boeren. We moeten nog maar zien hoe dat afloopt. Zelfs Nederland zou buiten de EU kunnen."

Vakantie

Vakantie vindt Klamer een twijfelachtig luxeverschijnsel. "Nederlanders besteden daar minstens 14 procent van het nationaal inkomen aan. Het is een nationale obsessie, een soort vlucht en ook een statussymbool om met grote verhalen te kunnen thuiskomen. In feite is het een enorme kostenpost, ook omdat je na afloop vaak last hebt van vakantie-blues: je komt niet snel in je normale werkritme. Het lijkt wel alsof we alleen maar werken voor onze vakanties. We willen steeds meer geld uitgeven aan dure vakanties en steeds minder voor dingen die in de samenleving belangrijk zijn. Dat is pijnlijk als je weet dat er nog wachtlijsten zijn in de zorg en dat de scholen te groot zijn. Dat soort financiële problemen kun je oplossen door met z'n allen een of twee dagen minder vakantie te nemen.

Goed, in zekere zin verspreiden we onze welvaart over de wereld, ja, maar is het niet ook een beetje arrogant en gênant om als toerist in arme landen rond te lopen en alles te kunnen kopen wat je wilt? Ik zou me een beetje opgelaten voelen. Berucht is die dikbuikige toerist op het strand van Indonesië die vlak na de tsunami geen poot uitstak om mensen te helpen en zei: "Ik heb toch voor deze vakantie betaald?" Maak je mensen daar niet te veel afhankelijk van het grillige toerisme? Nemen we hun mooiste plekjes niet in bezit? We kunnen beter hun producten kopen. Wat levert zo'n vakantie eigenlijk op? Je kunt ook een goed boek kopen of lenen. Aan de andere kant kun je bijvoorbeeld als gezin wel samen iets aan vakantie beleven. Te weinig vakantie is ook niet goed."

In hemelsnaam!

Arjo Klamer (1953) is een van de twee zoons van de bekende IKON-pastor Alje Klamer die het opnam voor homo's en pedofielen en als eerste communie deed met een priester. Arjo is getrouwd, heeft vier kinderen en woont in Hilversum. Aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam is hij hoogleraar economie van kunst en cultuur. Hij is voorzitter van de Vereniging Democratisch Europa, die de discussie over de Europese Unie wil bevorderen. Hij richtte in Deventer de Academia Vitae op, voor mensen van alle leeftijden die ook over niet-economische waarden willen nadenken en creatief aan de samenleving willen deelnemen. Onlangs kwam zijn boek uit: In hemelsnaam!: over de economie van overvloed en onbehagen (Ten Have, 171 blz, 14,95).