Europa is een achterhaald ideaal

by Arjo Klamer
Plus magazine, Nova TV, April 2004.

(deel 1)

Europa blijft een zielloze onderneming. Ondertussen grijpt dat grote Europa steeds meer in het dagelijks leven. Het is alsof er niets tegen te doen is, alsof Europa ons overkomt. "Het kan niet anders", roepen de verdedigers van steeds meer Europa, "Europa moet." De euro moest en nu moet er een grondwet komen. De macht van het Europese parlement moet uitgebreid worden, en het buitenlands beleid moet gezamenlijk gevoerd worden.

Kritiek is goed

In dit grote Europa heten critici sceptisch te zijn. Alsof de voorstanders ergens in geloven en de critici niet. Critici riskeren verder als nationalistisch en conservatief weggezet te worden. Ik wil iedereen met slechte gevoelens over de Europese stoomwals voorhouden dat kritiek ook een uiting kan zijn van een geloof in een betere samenleving dan die nu in de maak is. Dat de kritiek in overeenstemming is met democratische en sociale waarden.

In een goede samenleving gaat het mijns inziens om een vitale democratie, een levendig burgerlijkse samenleving ("civil society") met politiek en sociaal betrokken burgers die open staan voor wat er in de wereld beweegt. Progressief is wat mij betreft het nastreven van een dergelijke samenleving. En dus ben ik tegenstander van krachten en ontwikkelingen die "ons" verder brengen van een dergelijke samenleving, zoals de Europese integratie.

Te groot

Laat ik me hier concentreren op de factor democratie. Tot nu toe is de Europese integratie ten koste gegaan van een vitale democratie. Iedereen heeft het over het democratisch tekort van Europa. Minder vaak wordt opgemerkt dat de lokale democratieën te lijden hebben onder de pogingen om de politieke besluitvorming naar een Europees niveau te tillen. Iedere keer dat het Nederlands parlement geconfronteerd wordt met voldongen feiten van het Europese besluitvormingsproces, is een klap voor het lokale democratisch proces. Iedere keer dat Nederlanders te horen krijgen dat het zo beslist is in Brussel, neemt de vervreemding van het politieke proces toe. Een sterker Europees parlement, de meest genoemde oplossing voor het democratisch tekort, verergert die vervreemding alleen maar. De kans dat het Europees parlement een levendig politiek instituut wordt waar burgers van de EU zich mee gaan identificeren, is miniem. Daarvoor zijn de verschillen te groot. Daarvoor is Europa te groot.

Spelen met vuur

Zoals de democraten van het eerste uur, de Grieken, reeds beseften, een vitale democratie is alleen mogelijk in een overzichtelijke samenleving. Mensen moeten elkaar kunnen herkennen in het politieke debat. Een vitale democratie vraagt om een duidelijk besef onder de burgers van iets gemeenschappelijks. Het gaat niet zozeer om de democratische constructies zoals een parlement maar om een ontwikkelde burgerlijke samenleving. Daar is momenteel geen sprake van in dat grote Europa.

Voorstanders van steeds meer Europese democratie houden vol dat wat niet is, nog kan komen. Ze spelen met vuur. Het democratisch gehalte van onze samenleving loopt tot nu toe dankzij hun inspanningen alleen maar hollend achteruit. Er komt weinig tot niets terecht van de ontwikkeling van een heuse burgerlijke samenleving op Europees niveau. Daarom zal het nooit iets worden met die Europese democratie.

Conclusie: de Europese integratie is slecht voor het democratisch gehalte van de samenleving. Het streven naar een vitale democratie vraagt om meer overzichtelijke en daarom kleinere politieke eenheden, zoals de Nederlandse nu. In volgende bijdragen zal ik andere redenen aangeven waarom kritiek op de Europese integratie progressief kan zijn alsook optimistisch.

(deel 2)

De kandidaten voor het europarlement trekken weer vol goede moed langs de zaaltjes in het land. Zo nu en dan ben ik de discussie met hen aangegaan. Het valt me iedere keer hoe hoopvol ze zijn en hoe overtuigd ze zijn dat ze iets moois van dat grote Europa gaan maken. Op de kandidaten voor de SP en de LPF na dan want die hebben allebei hun redenen om uiterst kritisch te zijn. De LPF doet vooral haar best de geest van Fortuyn in ere te houden dus roept ze flink dat ze het europarlement ingaat om haar op te kunnen heffen.

De SP strijdt voor een socialere samenleving en ziet in Europa een bedreiging voor de sociale kwaliteit in Europa in het algemeen en in Nederland in het bijzonder. Ik sluit me grotendeels bij de zienswijze van de SP aan. Dus ging mijn eerste bijdrage over de ondermijning van de democratische kwaliteit van de samenleving, nu gaat het over de verslechtering van de sociale kwaliteit.

Tijdens een discussie onlangs in Nijmegen vroeg ik de verzamelde studenten hoeveel van hen vonden dat de sociale kwaliteit van de samenleving was verbeterd in de afgelopen tien jaar. Ik doelde onder meer op de sociale voorzieningen, de kwaliteit van de zorg en ook die van het onderwijs. Een luttel aantal handen ging omhoog. De overwegende meerderheid vond dus van niet. Maar toen ik vroeg hoeveel van hen zich goed voelde over dit Europa ging een zee van handen omhoog. Daar zie ik een tegenspraak. Want de Europese eenwording is voor een groot deel verantwoordelijk voor de afbraak die we momenteel meemaken in de sociale voorzieningen.

De Europese Unie blijkt inmiddels vooral een wapen van de conservatieve krachten in de samenleving om niet alleen de Europese markt vrij te maken voor het grote bedrijfsleven in Europa maar ook om de overheid en daarmee van de welvaartstaat die zij financiert, een kopje kleiner te maken. Is zoiets erg moeilijk klaar te spelen binnen een democratie vanwege gevestigde belangen, de Europese Unie dwingt de afbraak af. Ze doet dit direct door een strak begrotingsdiscipline voor te schrijven en indirect door een concurrentie te stimuleren waar het erom gaat wie de laagste belastingen weet te heffen.

In Nederland heeft deze strategie voortreffelijk gewerkt. De Nederlandse overheid is druk doende de belastingen structureel te verlagen. Droegen we een 15 jaar gelden met ons allen nog meer dan 60 procent van al het inkomen af aan de overheid, nu is dat ongeveer 45 procent. Omdat de overheid verder gedwongen wordt om zich te houden aan de drie procent norm die voorschrijft dat het begrotingstekort niet meer dan drie procent van het bruto nationaal product mag bedragen, moet ze steeds weer bezuinigen. Winden belangengroeperingen, zoals de vakbonden nu, zich daarover op, dan gooit het kabinet de handen in de lucht want zij kan er ook niets aan doen. Ze hoeft alleen maar naar Brussel te verwijzen.

Het gevolg is dat we nu relatief minder besteden aan de gezondheidszorg en onderwijs terwijl bij een normale ontwikkeling die bestedingen relatief omhoog zouden moeten gegaan zijn. Geen wonder dat die sectoren er zo belabberd voorstaan. Nog nooit zijn we zo rijk geweest en we zijn kariger met de sociale voorzieningen dan we in lange tijd geweest zijn. We geven het geld uit aan luxe vakanties in plaats van de voorzieningen die het samenleven echt leefbaar maken.

Ik begrijp niet dat de sociaal-democraten, de PvdA dus, zo vrolijk aan dat grote Europa meewerken terwijl dat Europa niet alleen ten koste gaat van onze democratie maar ook van onze zo zorgvuldig opgebouwde welvaartsstaat.