Het abnormale van de Nederlandse vakantie

by Arjo Klamer
NRC Handelsblad,

Vakanties zijn duur en moeilijk en typisch Nederlands. Waarom blijven we niet zoals het overgrote deel van de wereldbevolking gewoon thuis?

Nog een paar dagen of een paar weken, afhankelijk in welke regio u zit, en de scholen gaan dicht, de wegen rijden weer lekker door, kranten zijn dunner, het kunstseizoen is over, het politieke proces ligt stil, en zakelijke afspraken zijn niet meer te maken. Want Nederland gaat op vakantie. Heerlijk toch? Een doodnormale zaak, die vakantie. Of niet soms?

Als iets een nationale obsessie is, dan is dat onze vakantie. Daar is de Oranje gekte niks bij vergeleken. De vakantie is heilig. Kom aan de vakantie van een Nederlander, en je tast iets wezenlijks aan. "Zal ik haar even mailen voor dat cruciale telefoonnummer?" "Alsjeblieft niet, ze is op vakantie!"

De vakantie definieert de Nederlander. Het maakt alles uit of iemand gaat kamperen in de Achterhoek of meegaat met een tempel reis in Thailand. Vertel over uw vakantie, en u vertelt ons wie u bent, tot welke culturele klasse u behoort. Zeezeilen? Zuipen op het strand? We weten genoeg.

Die vakantie is zo belangrijk in dit land dat ze allang geen luxe meer is. Ze is inmiddels een basisbehoefte, en daarmee een recht. Ook mensen in de bijstand hebben recht op vakantie.

Hoe bijzonder die vakantie is, wordt duidelijk wanneer we ons met anderen vergelijken. Zoals met onze voorouders. Nog niet zo lang geleden was een vakantie voor de meeste mensen ondenkbaar. Een boer ging niet op vakantie en een winkelier ook niet. Mijn vader ging een weekje logeren bij een oom die 20 kilometer verderop woonde.

Bijzonder zijn de Nederlandse vakanties ook in de meeste van die landen die Nederlanders zo graag opzoeken. Het merendeel van de mensen op deze aardkluit, zo'n tachtig procent, heeft het nu eenmaal minder goed en denkt dan ook niet aan vakantie. Maar ook de rijke Amerikanen en Japanners kennen onze vakanties niet. De gemiddelde Amerikaan heeft 2 weken vakantie per jaar en die is hij gauw kwijt aan familie bezoek. Mijn Amerikaanse collega's, academici dus, nemen hun computer mee om elders wat te werken. Dat is hun vakantie. Of ze gaan met de kinderen een lang weekend naar een pretpark om op de terugweg nog even bij de schoonmoeder langs te gaan. Ook Japanners hebben maar kort vakantie. Als u zich afvraagt waarom ze zo georganiseerd in groepen door kerken en musea rennen met de camera voor de ogen, dan is het antwoord dat ze weinig tijd hebben. Japanners vind je niet lui op het strand liggen, daar is geen tijd voor.

Voor herkenning kunnen we het beste terecht bij andere Europeanen en dan vooral onze Duitse buren. Want alleen de Duitsers zijn zo ondernemend in hun vakanties als de Nederlanders. Italianen en Fransen blijven vooral in het eigen land; Duitsers en Nederlanders trekken erop uit. Kom je in een ravijn ergens in het verre westen een verdwaalde buitenlandse toerist tegen dan is de kans groot dat het een Nederlander is en iets kleiner dat het een Duitser is. Ooit een Belg gezien? Of een Portugees? Er is echt iets bijzonders aan die Nederlandse vakanties.

Onduidelijk is of Nederlanders op vakantie gaan om beter te kunnen werken of dat ze werken om op vakantie te kunnen.

Je hebt van die mensen die van vakantie naar vakantie leven. Ze zullen je vertellen dat ze pas tijdens hun vakantie tot leven komen. Dan zijn ze zichzelf en genieten ze echt. Zij werken vooral om geld te verdienen teneinde met vakantie te gaan. Anderen zien de vakantie eerder als een manier om op adem te komen om vervolgens met nieuwe energie aan de slag te gaan. Is voor de eerste groep de vakantie het doel, voor de tweede groep is het een middel.

Mensen die de vakantie vooral als een middel zien, doen het beter in het ambitieuze werkklimaat van tegenwoordig. Gaat het om inspiratie, creativiteit, tomeloze energie, en volledige inzet, dan komt u beter over wanneer u liever niet op vakantie gaat - want u heeft het zo razend druk en bent oh zo onmisbaar - en als u dan toch moet gaan, dan is het beter als u dat doet om op krachten te komen of om nieuwe ervaringen op te doen, want dat is goed voor uw productiviteit. U kunt natuurlijk ook de computer meenemen.

Met al die nadruk op prestatie en hard werken begint de vakantie enigszins te wringen. Een drukke consultant die al weer een maand op vakantie gaat, loopt het risico irritaties op te wekken. "Is hij alweer weg?" Vooral als hij veel met Amerikanen werkt moet hij oppassen. Maar dat neemt niet weg dat ook de drukke bazen lekker lang op vakantie blijven gaan. De vakantie blijft heilig. Dat geldt ook voor de vakantie-uitkering. Voor een Amerikaan is die Nederlandse regeling iets om van de stoel te vallen van verbazing: extra geld meekrijgen wanneer je een paar weken niet werkt en ook al gewoon doorbetaald krijgt. "Those Dutch are crazy!"

De Nederlandse vakantie mag dan wel geen luxe meer zijn, ze is wel zeer kostbaar. Nederlanders geven ongeveer 7 procent van hun inkomen aan vakanties uit. Dat zijn dan alleen maar de directe uitgaven. Tel daarbij de inkomsten die we mislopen door niet te werken, dan gaat het eerder om het dubbele, dus 14 procent van het inkomen. Dat zou betekenen dat Nederlanders heel wat meer uitgeven aan hun vakantie dan aan het onderwijs (ongeveer 5 procent) en aan de gezondheidszorg (ongeveer 12 procent).

Je zou nog kunnen tegenwerpen dat die uitgaven goed zijn voor veel nieuwe energie waarmee uitgeruste vakantiegangers weer aan de slag gaan. Maar die winst valt meer dan weg tegen de kosten van de zogenaamde vakantiedepressie en de vakantieblues. De vakantie depressie is een onderkend verschijnsel in de sociale zorg. Ze doet zich voor bij mensen die bij de gedachte aan een wit strand en blauw water gek worden van dat computerscherm voor zich. Alleen in een vakantieland als Nederland hoor je werkende mensen verzuchten dat ze "aan vakantie toe zijn." Dat zijn altijd mensen die op het punt staan op vakantie te gaan. Mensen die continu doorwerken, de meeste mensen in deze wereld dus, denken niet aan vakantie en hebben dat verlangen ook niet. Daar komt bij dat de omschakeling terug naar het werk zwaar kan vallen. Is dat het geval dan spreken we van de vakantieblues. Mij kost het gauw twee � drie weken om weer in het normale werkritme te komen na een goede vakantie. De depressies en blues zorgen voor een flink productiviteitsverlies. De werkelijke kosten vallen daarom waarschijnlijk hoger uit dan die 14 procent van het totale inkomen.

Nemen we de hoge kosten van al die Nederlandse vakanties in overweging, dan dient zich een politieke afweging aan. Nederlanders vinden dat momenteel te weinig aan de gezondheid en het onderwijs uitgegeven wordt. De regering blijft maar snoeien in en bezuinigen op deze cruciale voorzieningen. Iedereen schreeuwt moord en brand wanneer de ziektekostenpremies en schoolgelden omhoog gaan. Maar het mag wel eens duidelijk worden dat Nederlanders alleen maar rijker worden, relatief minder belasting betalen, steeds meer uit te geven hebben en een belangrijk deel van de extra inkomsten aan vakanties besteden. De keuze dringt zich op. Wat willen Nederlanders? Meer geld voor zaken als vakantie en verder bezuinigen op cruciale voorzieningen of wat minder vakantie en meer geld voor gezondheid en onderwijs? Eén of twee dagen minder op vakantie en Nederlanders hebben genoeg geld om die wachtlijsten weg te werken en zich kleinere en betere scholen te veroorloven.

Belevingseconomie

In het oude denken is vakantie een vorm van consumeren. Economen constateerden een behoefte aan vakantie en registreerden de prijs die mensen ervoor willen betalen. In het nieuwe denken zien we vakantie eerder als een productief iets. Mensen kopen de ingrediënten zoals een vliegreis, een plaats op de camping en een huurauto om een vakantiebeleving te produceren. Het is gangbaar om hier de namen van Pyne en Gilmore te noemen en hun boek The Experience Economy. Zij maakten een gedachte populair die onder culturele economen reeds een tijd bekend was: dat mensen producten kopen vooral om een belevenis te hebben. U en ik kopen niet een auto louter alleen om van A naar B te kunnen komen maar we kopen met een Rover, een Toyota, een Jaguar of een BMW ook een gevoel en een stukje identiteit. Verkopers spelen daar steeds meer op in. Dus betalen we dertig euro extra voor een merk op de schoenen omdat onze kinderen daarmee een belangrijke belevenis rijker worden. De belevenis bijzonder te zijn dan wel erbij te horen is veel geld waard, heel veel geld zelfs. Een belangrijk deel van de economie draait daarom. Het gaat steeds minder om concrete dingen en diensten en steeds meer om belevenissen en gevoelens. Ook vakanties gaan daarover

Het verkopen van vakanties is het verkopen van een belevenis. U betaalt het geld en de reisorganisatie zorgt ervoor dat u wat bijzonders beleeft daar in Thailand, of op dat tropische eiland. Tempels voor mensen die wat culturele inspiratie nodig hebben en een strand voor de behoefte aan luieren. Pretparken zijn er helemaal op ingericht om mensen een dag goed bezig te houden en een enerverende belevenis te geven. Steden die Nederlanders willen trekken, kunnen niet zonder een museum want wat moeten die mensen anders op een regenachtige dag? Musea zijn goed voor een belevenis.

De vakantie-industrie profiteert van de moeite die het kost om iets van een vakantie te maken, om een bevredigende belevenis te hebben. Het is gemakkelijk genoeg om een stad te bezoeken, maar het is een hele opgave om er een inspirerende ervaring aan over te houden. Iets maken van zo'n bezoek is een kunst. Daar is heel wat meer voor nodig dan geld. Je kan op een terras neerstrijken maar ben je uitgepraat dan wordt zo'n verpozing knap vervelend. Het is niet makkelijk om gezamenlijk te bepalen of een veel te duur tochtje in een koets het geld waard is. Sommigen mensen zijn in staat om een prachtige belevenis te hebben tijdens een wandeling door de bergen, anderen raken vooral uitgeput. Sommige mensen beleven van alles en nog wat in een museum terwijl vele anderen, als ze eerlijk zijn, zich kapot vervelen. Vooral jongeren hebben de grootste moeite iets van hun vakanties te maken. Zich vol laten lopen op de camping of in een Spaans appartement blijkt de meest gangbare oplossing voor het probleem te zijn. Blijkbaar is wat levenservaring nodig om een vakantie bevredigend te laten verlopen.

Bij wijze van alternatief voor een dure vakantie zouden mensen ook een goed boek kunnen lezen. Zij die de kunst verstaan van het goed lezen, kunnen daarmee een geweldige belevenis hebben. Of wat te zeggen van een flinke meditatie iedere dag? Van mensen die dat doen begrijp ik dat ze op die manier enorme reizen maken die veel meer effect hebben dan welke gekunstelde en dure vakantiereis ook. En wees nu eerlijk, wat leveren die concrete vakanties nu eigenlijk op behalve misschien een leuk (opgeklopt?) verhaal voor op het werk, wat video's die je nooit meer bekijkt, en de behoefte aan gauw weer een vakantie?

Ben je Nederlander dan ontkom je niet aan de vakantie gekte. Die vakantie die moet. Misschien betekent dat dat Nederlanders meer dan wie ook de kunst verstaan om wat van die vakanties te maken, om er echt van te genieten. Want waarom zouden ze er anders ieder jaar weer veel geld voor overhebben? Of zijn Nederlanders kuddedieren die aan vakanties doen omdat anderen dat doen? Ik laat het antwoord graag aan u over. Dat geldt ook voor de volgende vraag. Zou het kunnen zijn dat Nederlanders die onder het genot van een drankje op een veel te duur terras in die mooie Italiaanse stad klagen over te hoge belastingen, het slechte onderwijs en de inefficiënte Nederlandse gezondheidszorg, een beetje hypocriet zijn, dan wel misschien te verwend zijn geworden? Of is alleen al het stellen van de vraag heiligschennis?

Ik wens u een prettige vakantie.